‘Veilige Romantiek uit Bath’ [RECENSIE]

In de oververzadiging die plaatsvindt op de orgel cd-markt zou je eigenlijk ook een hausse aan opnames verwachten van werken voor orgel en orkest of andere instrumentale ensembles. Daar hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan en ook een flinke dosis durf. Bovendien vereist zo’n project een groot en veelzijdig orgel (om nog maar te zwijgen van een dito organist) dat een goed contact tussen solist en orkest waarborgt. Kom daar eens om in Nederland …

ORGELCONCERTEN VAN RESPHIGI, POULENC EN RHEINBERGER

Peter King, orgel Bath Abbey (GB), BBC National Orchestra of Wales o.l.v. Francois-Xavier Roth.

Suite in G for Strings and Organ – Respighi (21:32)

Preludio – Moderato, II Aria – Lent, III Pastorale – Andante molto sostenuto, IV Cantico – Grave

Concerto in G minor for Organ, strings and timpani – Poulenc (23:05)

Andante, Allegro giocoso, Andante Moderato, Tempo Allegro, Molto Agitato, Très calme. Lent, Tempo de l’Allegro initial, Tempo Introduction Largo

Concerto No 1 in F, Op 137 for Organ, strings and three horns – Rheinberger (24:52)

I Maestoso, II Andante, III Con moto

Label: REGCD257

Speelduur: 69’32”

Booklet: 12 pagina’s (E)

Prijs: € 17,50

Muzikale interpretatie: * * *

Programmakeuze: * * *

Keuze van het instrument: * * * *

Kwaliteit van de opname: * * *

Informatie in het boeklet: * * * *

Grafische vormgeving (cd en boekje): * *

Klik hier om dit artikel te bestellen

In de oververzadiging die plaatsvindt op de orgel cd-markt zou je eigenlijk ook een hausse aan opnames verwachten van werken voor orgel en orkest of andere instrumentale ensembles. Daar hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan en ook een flinke dosis durf. Bovendien vereist zo’n project een groot en veelzijdig orgel (om nog maar te zwijgen van een dito organist) dat een goed contact tussen solist en orkest waarborgt. Kom daar eens om in Nederland…

De zeer productieve organist Peter King en het label Regent hebben wél doorgezet, al koos men een repertoire dat reeds op verschillende geluidsdragers is vastgelegd. De keuze voor het orgel was niet moeilijk: Peter King is al vele jaren de vaste bespeler van het grote Klaisorgel (1997, IV/P, 63), een orgel dat veel muziek aankan en profiteert van de goede akoestiek van de kerk, die op haar beurt in het transept voldoende ruimte biedt aan een symfonieorkest.

Ottorino Respighi kennen we allemaal (hopen wij tenminste) als briljant instrumentator en componist van kleurrijke opera’s en orkestwerken als Pini di Roma en Fontana di Roma. Zijn Suite in G voor strijkers en orgel (in die volgorde!) poogt een vroeg 20e eeuwse vertaling van, even kort door de bocht, een willekeurig orgelconcert van Händel te zijn, hetgeen jammer genoeg resulteert in een wat flauw stuk dat, op het bruisende eerste deel na, weinig indruk achterlaat. Anders is dat natuurlijk met het beroemde concert van Francis Poulenc, repertoire dat de eeuwen zal trotseren. Als derde werk krijgen we Rheinbergers 1e orgelconcert (opus 137) te horen, voor Rheinbergers doen een tamelijk compact driedelig werk van 24 minuten. Dit is exact de Rheinberger die de meesten zullen kennen: het is allemaal degelijk geschreven, de melodieën en modulaties vloeien allemaal zeer logisch in elkaar over, de vorm en periodisering kloppen als een bus, ook het orgelgebruik en de instrumentatie (strijkers en drie hoorns) klinken gewoon goed en toch, en toch…. Het is allemaal wat braaf, veilig en klinkt als een geheel verzorgde 10-daagse busreis naar de Bodensee.

Peter King speelt verzorgd, zonder meer. In Poulenc zou je, ook in de registraties, wat meer pit mogen verwachten, wat meer extremen. Het lijkt alsof de muziek van Rheinberger nu precies datgene is waar King zich als een vis in het water (van die Bodensee) voelt. Het Klaisorgel kennen wij zelf als een orgel dat ongelooflijk luid kan klinken, niet geheel zonder reden, daar het orgel is opgesteld in het noordertransept, maar wel wordt verondersteld de gehele abdijkerk te vullen. Uitgerekend op deze opname blijkt het orgel een beetje getemperd te zijn opgenomen, in ieder geval valt juist in de werken van Respighi en Poulenc op hoe present het orkest is en niet het orgel. In Rheinberger lijkt de balans stukken beter. Over de orkestmusici en dirigent valt trouwens zeker te vermelden dat zij met veel verve en hoorbaar enthousiasme de partituren te lijf gaan. De toegevoegde waarde van deze schijf zal, concluderend, toch met name de opname van Rheinbergers concert zijn en dan speciaal voor hen die maar geen genoeg kunnen krijgen van veilige Romantiek. [AART DE KORT]

Klik hier om dit artikel te bestellen

© 2007 www.orgelnieuws.nl