24 oktober 2019

COLUMN RE: gister [ 2 ]

re: gister peter sneep

In de  column ‘RE: gister’ deelt organist, componist, cantorijlid en journalist Peter Sneep op in zijn ervaringen vanaf de orgelbank (en soms de pianokruk). De wederwaardigheden van de afgelopen zondag van de begeleider in drie Amersfoortse kerken zullen dan ook het onderwerp zijn van deze column. Als het even kan wekelijks op maandag. Vandaag deel 2 – ‘Subbas’.

 

Iemand noemde de Martuskerk oneerbiedig een gymzaal. Ik zal dat niet gauw doen, al moet ik toegeven dat er wel iets van die waarneming klopt. Het is een gebouw uit de jaren zestig, een jaar of wat grondig verbouwd en echt verbeterd. Maar je proeft er nog steeds de bouwtijd. Stalen spanten, een lage hal annex ontmoetingsruimte, een schuifwand om de kerkruimte te verkleinen en om zaalruimte te creëren.

 

Sommige mensen noemen het orgel van de Martuskerk een samenraapsel. Wie op orgbase.nl de bouwgeschiedenis van het instrument leest, zal de critici gelijk geven. Ondanks een geslaagde opknapbeurt door Reil begin dit jaar (waarvan orgbase nog niet weet) wordt het geen orgel van internationale allure.

 

De gemeente die in de Martuskerk samenkomt, is de laatste jaren kleiner geworden. De achterste vijf, zes rijen stoelen zijn een tijdje geleden weggehaald.

 

Maar ze kunnen er zingen!

 

Gisteravond speelde ik er de dienst van 19.00 uur. Raar tijdstip. De zondag is al haast voorbij – je kunt met je gezin op je gemak een warme avondmaaltijd gebruiken – en dan ga je nog een keer naar de kerk. Toen ik aankwam, om bijna tien voor zeven, zaten er nog maar een paar mensen. Vijf voor zeven – na een leuk gesprekje met twee gezellige oude dames – ben ik begonnen met spelen. De kerk was toen nog steeds erg leeg. Onder dat inleidend orgelspel over Psalm 150 zijn er toch nog heel wat mensen binnengekomen. Want ik heb onder de preek stiekem even geteld. Ik kwam op een kleine tweehonderd kerkgangers.

 

En die kunnen zingen!

 

Gek eigenlijk. Als de kerk niet vol zit ben je als organist wel eens bang dat je ze niet aan het zingen krijgt. Maar heb je een koor van 150 mensen, dan zeg je: wat een groot koor! Nou, zo’n ‘koor’ is de Martus. Ik kom er graag. Het orgeltje van De Graaf is eigenlijk veel te klein en de kerkgangers zouden met gemak een kathedraal vol bruisend zanggeluid zetten. Maar dat maakt allemaal niet uit. Ze horen nu eenmaal in hun eigen gebouw. En dat is de Martuskerk.

 

De gastpredikant preekte gisteravond over zondag 47 van de Heidelbergse Catechismus, over ‘uw naam worde geheiligd’. Trefzeker had hij daarbij een reeks lofliederen uitgekozen. Psalm 150, Psalm 145 (twee verzen), Gezang 95 uit het oude liedboek (‘Nu bidden wij met ootmoed en ontzag’ – wat een heerlijk lied om te begeleiden), het lied ‘Heer onze God, hoe heerlijk is uw naam’ (een tekst van Jan Visser op een hymn-melodie uit de negentiende eeuw). Als Credo zongen we Paul Christiaan van Westerings beurtzang, die tot mijn genoegen een plekje in het nieuwe liedboek heeft bemachtigd.

 

Even wat anders. Een tijdje geleden zaten Petra en ik als gewone kerkganger in De Kandelaar. Op de plek waar we zaten, vond ik de Subbas 16’ van het pedaal vervelend resoneren. Sindsdien laat ik als ik er speel die Subbas vaak weg. Of ik gebruik de Fagot 16′, die veel minder grondtonig is. Het werkt uitstekend. Bijkomend voordeel is, dat het orgel heel indrukwekkend klinkt als je bij een bepaald vers opeens wél de Subbas (of de Bourdon 16′ van het hoofdwerk waarvan de Subbas een transmissie is) opendoet.

 

In de Martus heb ik Psalm 150 vers 1 gisteravond zonder zestienvoeters gespeeld. Het inzetten ging moeiteloos. Van het voorspel heb ik wat extra werk gemaakt. O, wat hou ik van die mensen daar. Ze zetten gretig in en ze zingen precies wat er staat – noten op de beamer. Dus na regel twee en vier geen rust en met volle achteloze overtuiging zingen ze geen toevallige verhogingen – mochten ze weten wat dat is.

 

Ha! En de preek van de dominee liep erop uit dat we de naam van de Heer onder andere kunnen prijzen door goed mee te zingen in de kerk.

 

Dat hoef je in de Martuskerk maar één keer te zeggen.

 

 


Peter Sneep (•1962) is organist van drie vrijgemaakt-gereformeerde kerken in Amersfoort: de Kandelaar, de Schaapskooi en de Martuskerk. Hij componeert kerkmuziek en maakte daarvan een aantal cd’s. Orgelles kreeg hij van Hetty Koelewijn en Gerrit ’t Hart. In De Kandelaar is hij lid van de cantorij, die onder leiding van Harry van Wijk eens in de zoveel tijd aan de diensten meewerkt. Peter Sneep is journalist. Van 1986 tot 2014 werkte hij bij het Nederlands Dagblad. Hij is getrouwd met Petra en vader van Anna (2) en Manuel (0).

X