Onvermijdelijke toccata's

Onvermijdelijke toccata’s

Parisian Splendour

David M. Patrick plays the organ of Buckfast Abbey

Toccata: Symphonie no. 5 in F (Ch.-M. Widor) – Romance sans Paroles (J. Bonnet) – Toccata in B minor (E. Gigout) – Fantaisie in E flat (C. Saint-Saëns) – Choral cistercien (J. Alain) – Paraphrase-Carillon: L’Orgue Mystique (Ch. Tournemire) – Sortie in E flat (L. Lefébure-Wély) – Elévation No. 4 (A. Guilmant) – Toccata: Suite Gothique (L. Boëlmann) – Fiat Lux (Th. Dubois) – Allegro Vivace: Symphonie No. 1 in D (L. Vierne) – Toccata: Suite (1932) (M. Durufle)

Label: Priory – PRCD 213

Tijdsduur: 55.34

Inlegvel: 4 pagina’s

Als men niet beter wist, zou men haast denken dat onderhavige cd een sampler betrof met een selectie uit de catalogus van een platenmaatschappij die zich in het Frans-symfonische orgelrepertoire gespecialiseerd heeft: het programma bestaat grotendeels uit kortere composities of delen uit grotere gehelen. Bij beluistering van de cd valt direct op dat de werken allemaal op dezelfde wat routinematige en afstandelijke wijze vertolkt worden. Het romantische gevoel ontbreekt, het blijft te steriel en weet nauwelijks te boeien. Ook nu weer ontkomen we niet aan de drie schijnbaar onvermijdelijke toccata’s van Widor, Gigout en Boëlmann. De eerste fungeert nu eens niet als ‘sortie’ maar als ‘entrée’. Tel daarbij op dat van Lefébure-Wély diens overbekende Sortie staat geprogrammeerd, dan mogen we van plat getreden paden spreken. Uit de ‘splendour’ van het symfonische orgelrepertoire moeten er toch programmatisch boeiender keuzes te maken zijn.

David M. Patrick (Devonshire, 1947) studeerde aan het Royal College of Music en won daar in 1967 de Stuart Prize en in 1968 de prestigieuze Walford Davies Prize. Hij verzorgde een groot aantal recitals o.a. in Westminster Abbey en Westminster Cathedral en maakte bovendien de nodige opnamen voor BBC Radio 3. David M. Patrick specialiseerde zich in het 19de- en 20ste-eeuwse Franse orgelrepertoire en speelde de nodige geluidsdragers met werken uit dat metier vol. Op grond van dit alles stelt juist deze schijf wat teleur. Misschien zijn onze Nederlandse orgel-oren wat teveel verwend geraakt met orgelmannen als Van Oosten en Van Vliet, om er maar eens twee van formaat te noemen.

De uitvoering van het inlegvel is uitermate sober. De gespeelde werken worden in één zin of slechts enkele regels gekarakteriseerd. Gegevens over het bespeelde orgel ontbreken geheel.

[ANDRÉ KRUIJF]

© 2005 orgelnieuws.nl