RECENSIE Du Ciel vers la Terre

Bij het Collège de Saint-Genès, een middelbare school in Bordeaux, behoort een neoromaanse kapel van flinke afmetingen, gebouwd in de jaren 80 van de negentiende eeuw. Gaston Maille plaatste hier in 1888 een middelgroot drieklaviers orgel. 

Organist Franck Besingrand (*1956) was van 1968 tot 1976 scholier op het Collège de Saint-Genès en had al die jaren vrije toegang tot het orgel. De omgang met dit instrument vormde hem als musicus. Vier jaar geleden herontdekte hij het orgel, dat juist in 2016 grondig was gerestaureerd door de gebroeders Olivier en Stéphane Robert. En nu ligt er een cd waarop hij het orgel bespeelt, solistisch en als begeleider van zijn dochter, de celliste Estelle Besignrand. 

In de zeventiende en achttiende eeuw was het orgel in Frankrijk vooral een religieus instrument. Vanuit die hoge sferen kwam het orgel in de Romantiek als het ware naar de aarde, om het grote publiek te behagen met welluidende, ontroerende en imponerende klanken. Van de hemel naar de aarde, ‘du ciel vers la terre’: ziedaar het thema van deze cd. César Franck is een centrale figuur in het programma, maar ook tijdgenoten als Loret, Benoist, Saint-Saëns, Guilmant en Boëllmann komen voorbij. Zij vertegenwoordigen vooral het aardse element, en vanuit de gekozen thematiek is het logisch dat we hier niet alleen diepgravende meesterwerken te horen krijgen, maar ook onderhoudende muziekjes die het ene oor in en het andere weer uit gaan. 

Een bevallige Chaconne van Clément Loret is best om aan te horen, maar de Offertoire van Benoist die hier gespeeld wordt, bestaat vooral uit een vervelende aaneenrijging van luidruchtige sequenzen. Twee werken uit l’ Organiste Pratique van Guilmant zijn ambachtelijk gedegen vakwerk en waren prima speelmateriaal voor plattelandsorganisten, maar boeiend? Och … Harmonisch spannender is de Romance van Salomé. In het Menuetto van Gigout gebruikt Besingrand de Quinte van het Grand Orgue als soloregister, hoewel de componist een tongwerk voorschrijft. Waarschijnlijk vond de organist dat de Hautbois van het Récit en de Clarinette van het Positif al vaak genoeg aan bod waren gekomen in deze opname.

De hoofdschotel van het menu bestaat uit drie orgelwerken van Franck, temperamentvol neergezet, maar wel met de spreekwoordelijke Franse slag. 

Prélude, Fugue et Variation krijgt een expressieve vertolking, met helaas weinig verfijnd zwelkastgebruik. Het Troisième Choral wordt ontsierd door een aanzienlijk aantal lees- en/of speelfouten. Nog erger is het in de Offertoire (in C) uit l’Organiste: te hooi en te gras worden aan dit harmoniumstuk pedaalnoten toegevoegd, en het aantal foute noten is hier gewoon pijnlijk. Een middagje extra studeren had geen kwaad gekund… 

Hoogtepunten van de cd zijn toch wel de drie bijdragen van de celliste. Mélancolie van César Franck en Prière van Saint-Saëns zijn oorspronkelijk geschreven voor cello en piano, maar doen het met orgelbegeleiding ook prima. Met een prachtige toon en een weldadig vibrato brengt Estelle Besingrand deze miniaturen tot leven. De cd eindigt met de beroemde Toccata uit de Suite Gothique van Boëllmann, waarin vader Besingrand nog even lekker kan uitpakken. Maar daarvóór klinkt de Prière à Notre Dame uit diezelfde suite, waarin celliste nu de melodie speelt. Dat is echt smullen! Wat mij betreft had er méér samenspel van cello en orgel op de cd mogen staan. Daar had ik graag wat orgelminuten met Benoist of Guilmant voor ingeleverd.

Merkwaardig is wel dat de geschiedenis van het orgel zoals beschreven in het booklet bij deze cd niet overeenkomt met de geschiedenis zoals we die vinden op de website van de Association pour le développement de l’Orgue en Aquitaine. Het booklet dateert het orgel rond 1860 – maar toen bestond de kapel nog niet. Was het dan een bestaand orgel dat in 1888 overgeplaatst werd naar de kapel? Als mogelijke bouwer noemt het booklet Georges Wenner, maar de website vermeldt Gaston Maille als maker. Wie er gelijk heeft? Ik zou ’t niet weten…

Du Ciel vers la Terre | au temps de César Franck

Franck: Prélude, fugue et variation op. 18; Mélancolie pour orgue et violoncelle; Choral en La mineur; Offertoire en Ut; Loret: Chacone (uit 1212 Pièces pour orgue); Benoist: Offertoire en Ut Majeur; Saint-Saëns: Prière pour orgue et violoncelle op. 158; Guilmant: Marche de Procession en La Majeur, No.5 op. 41; Prélude en Mi Bémol Majeur op. 41/1; Salomé: Romance (uit Douze pièces nouvelles pour orgue op. 59); Gigout: Minuetto (uit 10 Pièces pour orgue); Boëllmann: Prière à Notre-Dame & Toccata (uit Suite Gothique op. 25)

Franck Besingrand, Maille-orgel (1888), Chapelle du Collège Saint-Genès, Bordeaux; Estelle Besingrand, cello

Éditions Hortus – HORTUS 186, TT 74’59, 2020, prijs € 15,00 | editionshortus.com