RECENSIE Franz Hauk speelt Bach in Ingolstadt

cd j s bach in ingolstadt

Wie Franz Hauk zegt, zegt Ingolstadt. De Liebfrauenmünster mag blij zijn met zo’n ambassadeur voor de daar aanwezige orgels. Mochten ze in uw cd-verzameling missen, of u hebt de beschikking over een verstrekker van streaming media, dan is het goed om eens op zoek te gaan naar de cd’s die het label Guild jaren geleden uitgaf.

Daarop staan vrijwel alleen werken voor orgel en orkest, opgenomen in Ingolstadt met Hauk achter de klavieren. 
Zelfs in concertzalen is de combinatie van het orgel met een orkest niet altijd zo’n succes, maar op deze cd’s staan parels die in de collectie van een liefhebber van dat genre niet mogen missen.

And now for something completely different: Opnieuw verscheen, na de plaat met werken van César Franck, bij Priory een solo-cd van Franz Hauk waarop in dit geval uitsluitend werken van Johann Sebastian Bach worden vertolkt. Twintig jaar geleden nam Hauk al Bach op, maar bespeelde toen het grote hoofdorgel van Klais. Experimenteerde Hauk op die opname nog wel eens met alle smaken van die reus, op deze cd kleurt hij minder snel buiten de lijntjes en dat is niet verwonderlijk. 

Wegscheider

Niet de Klais weerklinkt, maar het koororgel uit 2016 dat werd gebouwd door Kristian Wegscheider.  Geschoeid op de leest van Silbermann en Hildebrandt. Wat een luxe wanneer je, net zoals in Leipzig, of Dordrecht, naast een indrukwekkend hoofdorgel ook nog eens een instrument in huis hebt waarop barokmuziek overtuigend uit de verf komt. 

Het instrument van Wegscheider in Ingolstadt mag een geslaagd concept genoemd worden. Hildebrandt werkte vaak met het temperatuurmodel van Johann Georg Neidhardt die verschillende exempels toepaste, rekening houdend met de eisen aan en het gebruik van het instrument. Dit deed hij door er bijvoorbeeld de toevoeging ‘voor het dorp’, of ‘voor de grote stad’ aan te geven. Dit orgel kreeg als toevoeging ‘voor de kleine stad’, een model dat goed past bij de muziek van Bach en bijvoorbeeld ook werd toegepast op het nieuwe orgel in TivoliVredenburg in Utrecht.  

Historische uitvoeringspraktijk

Sinds 2002 geeft Hauk onderricht in de historische uitvoeringspraktijk te München, hetgeen verwachtingen wekt voor een cd als deze. Maar, welke verwachtingen? Immers, menig barok-expert heeft die kennis van zaken dusdanig in praktijk gebracht dat je je soms moet afvragen welk ‘beargumenteerd kunstje’ de volgende kenner heeft bedacht om een eigen(zinnig) barok-geluid te kunnen laten horen. Is het zo erg wanneer een voorzichtiger, traditioneler benadering wordt gekozen zoals ik me die herinner van Piet Wiersma en Bram Beekman?

Ook Hauk is niet iemand die zich verliest in opvallend hoge tempi en een vracht aan versieringen. Wel maakt hij bij de verschillende koraalvoorspelen van Bach dankbaar gebruik van de 45 stemmen die dit koororgel kan laten klinken. De ene keer een fraai snerpende Vox Humana, dan weer het typische Hildebrandt-register de Schalmose 8’ en vervolgens twinkelt een Cymbelster er vrolijk op los. Zelfs een Posaunenbass 32’ ontbreekt niet, maar die is geenszins overheersend aanwezig. De hierboven beschrijving van de stemming is niet zo afwijkend van een standaard gelijkzwevende stemming dat de onwetende luisteraar al snel zou kunnen roepen: ‘Moet er niet wat gestemd worden?’

Vreemde eend

Het betrekkelijk vroege Pièce d’orgue van Bach blijft een wat vreemde eend in Bachs beek. Zo heel Frans, behalve de namen en het middendeel dan, is het niet en in later werk van Bach ontpopt zich een componist die met groter gemak blijft boeien dan wanneer je de Bach van voor 1717 hoort. Het slot – ooit hoorde ik het in Liverpool Anglican Cathedral met alle beschikbare tuba’s – dat een ware muzikale achtbaan lijkt, komt bij Hauk wat slepend over, alsof hij uitglijdt over de toetsen. Dat had mij wat sprankelender gemogen. 

Omdat Hauk bij de verschillende koraalbewerkingen de vele mogelijkheden van het instrument benut vraag je je iedere keer weer af: ‘Wat zal hij nu gaan doen?’ Uit de band springen is er niet bij, al viel me de gekozen cadans bij ‘Liebster Jesu’ wel op. 

Blok marmer

En dan is er die gigantische e-klein! Alsof Bach ontwerper is bij Audi en even wil laten zien welk technisch vernuft hij allemaal kwijt kan onder de motorkap van Ingolstadts trots. Bijna een kwartier lang ritmische bewogenheid. En aangezien dit werk doorgaans met één en dezelfde registratie wordt vertolkt, is het die dynamiek die ook de emotionele bewogenheid moet blijven prikkelen. 

Of het nu de start van de Matthäus Passion is, of dit werk, die toonsoort e-klein doet wonderen. Kun je in het Pièce d’orgue ruimschoots op adem komen in het middendeel, hier is Bach niet te stuiten en is het aan de vertolker om zo te spelen dat we niet uit deze verrukkelijke dagdroom worden wakker geschud. Hauk krijgt dat zeker voor elkaar, al bespeurde ik soms wat tempowisselingen en wat onduidelijke fragmenten die voor onnodige afleiding zorgden. 
Bach moet een fors orgel voor ogen hebben gehad bij het schrijven van dit indrukwekkende blok marmer en ik kan me voorstellen dat het orgel in Ingolstadt absoluut aan die eisen voldoet. 

Dansant tonenfeest

Na een zeer liefelijk BWV 701 sluit Hauk af met nog een monumentaal Bach-werk: diens BWV 547. In het tekstboekje voor een cd omschreef ik de start van dit werk zo alsof ik een Victoriaanse balzaal voor me zie waarin twee, tegenover elkaar staan partijen, elkaar wiegend, buigend en knikkend tegemoet treden. Bach laat in deze compositie opnieuw horen met kleine motieven wonderen te kunnen doen. Intussen reikt Hauk ons de hand en kunnen we als luisteraars niet stil op onze stoel blijven zitten en bewegen mee in Bachs dansante tonenfeest. 

En dan is daar dat vrij abrupte slot van de fuga en krijgt de klank van dit instrument alle kans om weg te rollen in de ruimte. 

Akoestische rijkdom

Laat dat mijn brug zijn naar de slotconclusie: ‘Mocht u Bachs orgelwerken al tien keer compleet in huis hebben staan, loont het dan de moeite om deze schijf aan te schaffen?’ Ik zou het u niet afraden. Hauk zet een degelijke en kleurrijke Bach neer, op een orgel dat als solo-instrument misschien wel meer overtuigt dan de grote zus in de Münster en dat met de akoestische rijkdom van dit kerkgebouw.

Dat laatste verdient extra aandacht. Want behalve speler en instrument is er die ruimte als derde klankbepaler en ik ervoer het als een verademing om Bach eens in die weelderige galm te mogen horen, zonder dat ook maar iets door de akoestiek in wanorde wordt gebracht. 

Heel benieuwd ben ik hoe het orgel op afstand in die ruimte zelf klinkt, op deze cd, onder deze omstandigheden, met deze bespeler, is het een juweel.  Heel vaak staat dit type instrument in kleinere kerken, maar hier weerklinkt een orgel voor ‘de grote stad’. 

Waardering: 4 uit 5.

J.S. Bach from Ingolstadt

Piece d’orgue BWV 572; Fantasia and Fugue in C minor BWV 537; Sonata E flat major BWV 525; Nun komm, der Heiden Heiland BWV 699; Lob sei dem allmachtigen Gott BWV 704; Allein Gott in der Hoh sei Ehr BWV 677; Meine Seele erhebet den Herrn BWV 733; Nun freut euch, leiben Christen g’mein BWV 734; Wir Christenleut haben jetzund Freud BWV 710; Herzlich thut mich verlangen BWV 727; Prelude and Fugue in E minor BWV 548; Liebster Jesu! wir sind hier BWV 731; Valet will ich dir geben BWV 736; Gelobet seist du, Jesu Christ BWV 697; Vom Himmel hoch, da komm ich her BWV 701; Prelude and Fugue in C major BWV 547

Franz Hauk, Kristian Wegscheider-orgel, Münster, Ingolstadt (D)

Priory Records – PRCD1226, TT 78’41, booklet 26 pagina’s (DU/EN), prijs £ 11,99 | prioryrecords.co.uk