RECENSIE Franz Liszt: componist, vriend en voorbeeld

cd anna victoria baltrusch liszt

Streamingdiensten, de cd en grammofoonplaat en zelfs het cassettebandje wedijveren als geluidsdragers om onze aandacht. Als orgelliefhebber moet je met streamingdiensten helaas wel veel ontberen; aardige lokale opnamen van dorpsorgeltjes bijvoorbeeld. Maar Anna-Victoria Baltrusch kun je er wel vinden. Je moet het wel zonder de foto’s van haar doen waarmee Audite de boekjes uitbundig heeft geïllustreerd. 

Baltrusch maakt internationaal furore sinds zij bij het Wiesbaden Bach Festival in de prijzen viel. De beschrijvingen op haar site melden dat haar stijl wordt gekarakteriseerd door grote expressiviteit en pianistische virtuositeit. Anna-Victoris Baltrusch (1989) is een leerling van Martin Schmeding, Zsigmond Szathmáry en Frédéric Champion en studeerde piano bij Gilead Mishory. Zij debuteerde met een recital in de Berlijnse Philharmonie en heeft gewerkt met orkesten als het Symfonieorkest van de Beierse omroep, het New York Philharmonic, het Brandenburgs Staatsorkest Frankfurt enhet koor van de NDR. Sinds 2021 is Baltrusch lector en kerkelijk organist van de Evangelische Hochschule für Kirchenmusik te Halle (Saale), waar zij in 2022 benoemd is als titulair organist van de Ulrichskirche Konzert Halle.

Baltrusch heeft voor Audite enkele interessante cd’s gemaakt: een Liszt-plaat (of, beter gezegd, twee kleine plaatjes) en een plaat met werk van zijn tijdgenoten die zich door de grote Liszt hebben laten inspireren, maar hem op hun beurt ook weer zouden hebben geïnspireerd. Vooral die laatste cd is intrigerend. 

Na ruim veertig jaar cd’s hebben orgelliefhebbers immers vaak een immense hoeveelheid Bach, Franck, Mendelssohn en … Liszt in huis. Het zou aardig zijn om eens uit te zoeken welk orgelwerk in het cd-tijdperk bovenaan staat wat betreft aantal opnamen. Ik vermoed dat Liszt’s Ad nos in de top 10 staat! En dat is best bijzonder voor een werk van om en nabij een half uur lang.

Jaren geleden leende ik van de Rotterdamse bibliotheek mijn eerste Ad nos: een Philips grammofoonplaat met Daniel Chorzempa aan het toen nog jonge Doelen-orgel. Live exploreerde de grote Chorzempa wel met romantische ad libitum-passages, waarbij hij behoorlijk buiten de lijntjes kon kleuren. Ooit had hij bij een concert in De Doelen hoorbaar moeite om het spoor terug te vinden … 

Terug naar Baltrusch. Vooral dus die cd van Baltrusch met ‘Vrienden en Toonbeelden (Voorbeelden)’ is aardig. Het opgenomen orgel is in aanleg een Kuhn-orgel uit 1880, werd in 1895 in de ‘Neue Tonhalle’ geplaatst en in 1927 en 1939 gewijzigd en uitgebreid. Ursina Caflisch, van 1980 tot 2014 organiste van de Neumünster te Zürich, heeft zich beijverd om het waardevolle instrument gewetensvol gerestaureerd in de Neumünster te krijgen. Dat is gelukt en Kuhn tekende voor het klinkende resultaat. Ook de kas is heel fraai. Een uitgelezen instrument voor dit repertoire. 

Niet vaak heb ik deze muziek zo aanstekelijk horen spelen. Baltrusch heeft een heel mooi orgel onder haar handen en zij heeft gelukkig ook heel vaardige handen. Dit repertoire vraagt om gezonde virtuositeit. Niet zelden hoor je een organist door zo’n partituur als met een roestige ploeg door de Zeeuwse klei trekken en dan gaat het allemaal wat moeizaam, log en stroef klinken. Zonder door te schieten in holle virtuositeit laat Baltrusch deze orgelsonates aangenaam, voortvarend en met een rake romantische geladenheid klinken. Hoor die prachtige Aria van Salomon Jadassohn eens! En dan die Fuga uit dezelfde Fantasia, met een klinkende climax. Jadassohn schurkt overigens eerder tegen Mendelssohn aan dan tegen Liszt. Mij is ook niet meteen duidelijk wat Liszt van hem opgepikt zou hebben, maar onderhoudende muziek is het zeker. 

En dan de Liszt-platen van Anna-Victoria Baltrusch. Hebben we nog zo’n opname nodig bij alles wat er al is? Nou ja, ‘nodig en nuttig’ zijn lastige begrippen als het gaat om de schone kunsten. Als ik weer eens thuis kom met een stapeltje grammofoonplaten en cd’s praat ik wel vaak in termen van eerste levensbehoeften, dat wel. Het valt me echter vaak op dat mijn omgeving het urgentiegevoel niet spontaan deelt. 

Maar Baltrusch brengt toch wel iets speciaals. Dat zit wellicht niet zozeer in het wat amalgame instrument. Er zijn trouwens niet eens zoveel orgelopnamen van Liszt op een passend historisch instrument. Thomas Trotter heeft voor Decca grote werken van Liszt opgenomen in Merseburg en Yves Rechsteiner heeft een mooie opname gemaakt in Schwerin (Ladegast-orgel). Ook is Zuzana Mausen-Ferjenčíková bezig met een Liszt-integrale op tijdeigen instrumenten. Baltrusch heeft echter gekozen voor het grote orgel (111 stemmen, toe maar!) van de Hofkirche te Luzern. Dit orgel stamt uit 1640/1650  en werd in 1862 uitgebreid en omgewerkt door Haas (het bouwjaar van het Cavaillé-Coll-orgel van de Parijse St. Suplice) en in de jaren 1972-1977 gerestaureerd door Kuhn, waarbij 56 oude registers van Geisler en Haas weer een plekje vonden. Daaronder bevonden zich drie prachtige romantische registers van Haas. De imposante kas gaat terug op Geisler (1650) en bevat prachtig houtsnijwerk. Haas werkte al synthetisch en Kuhn heeft die lijn voortgezet. Het Hofkirche-orgel heeft een veelbewogen geschiedenis maar heeft gelukkig wel karakter. 

Het speciale van Baltrusch? Zelfs onze toch heel stijlgetrouw Bach spelende Wim van Beek onderstreepte in interviews het belang van een goede pianotechniek voor het orgelspelen. Baltrusch demonstreert zijn gelijk. Een recensent schreef over deze opname dat Baltrusch door haar hartveroverende spel mensen leert deze muziek van Liszt te waarderen. De vertolking van Anna-Victoria is een weldenkende, bevlogen en sympathieke vertolking. Technisch komt zij niets te kort. Naar het Hofkirche-orgel blijf ik geïntrigeerd luisteren, maar wel popt de vraag soms even op of ik de keuze nu uiteindelijk geslaagd vind. 

De uitgave is verzorgd. Veel cd’s verschijnen nu als een kleine grammofoonplaat: karton, papier en geen plastic. Ik ben een beetje verbaasd door de opvallende aanwezigheid van foto’s van Anna-Victoria Baltrusch en de al even opvallende afwezigheid van foto’s van het orgel. Ik waag me natuurlijk niet aan een vergelijking van de esthetische waarde van beide foto-onderwerpen (mevrouw Baltrusch is in ieder geval een hoogstaande artieste), maar een orgelliefhebber ziet toch graag wat registerplaatjes, een speeltafel, dat mooie houtsnijwerk van Geisler of het fraaie orgelfront. En dan nog iets … De enkele grote werken van Liszt zijn verdeeld over twee cd’s. De eerste cd bevat drie kwartier muziek, de tweede cd slechts ruim een half uur. Met wat musicologische creativiteit en speurzin hadden deze werken vast omlijst kunnen worden met meer werk van vrienden en voorbeelden. Deze kanttekeningen daargelaten heeft Anna-Victoria Baltrusch ons een prachtig beeld van Liszt-in-context geschonken. Een plaatje … 

Waardering: 4 uit 5.

Liszt, the Composer

Präludium und Fuge über B-A-C-H, S 260 I; Fantasie und Fuge über den Choral ‘Ad nos ad salutarem undam’, S 259; Totentanz. Paraphrase über ‘Dies Irae’, S 126; Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen. Präludium nach J. S. Bach, S 179

Anna-Victoria Baltrusch, Hofkirche Luzern 

Audite  – 97.793, 46’46 + 37’33, opname 06/2021, prijs v.a. € 7,99 (download of cd) | audite.de

Liszt – The Friend and Paragon

Hartung: Sonate für Orgel Nr. 2 f-Moll ‘Wer nur den lieben Gott lässt walten’; Töpfer: Sonate für Orgel d-Moll op. 15; Sulze: Concert-Fantasie F-Dur op. 63; Jadassohn: Fantasie für Orgel g-Moll op. 95; Ritter: Freies Choralvorspiel ‘Herr Gott, nun schleuß den Himmel auf’, Sonate für Orgel Nr. 2 e-Moll op. 19;  Löffler: Fantasia eroica

Anna-Victoria Baltrusch, Alte Tonhalle Orgel Neumünster, Zürich 

Audite – 97.792, TT 74’29, opname 06/2021, v.a. € 7,99 (download of cd) | audite.de