RECENSIE Léon Berben speelt werken van John Bull in Lanvellec

Léon Berben heeft werk van renaissancecomponist John Bull (1562-1628) opgenomen. Muziek van een Engelse vluchteling in Antwerpen, gespeeld op een orgel van een andere Engelse vluchteling in Frankrijk.

‘Een belangrijke immigrant’ noemde Flor Peeters hem al. Zowel de Engelsen als de Belgen eigenen zich John Bull (1562-1628) graag toe. Het grootste deel van zijn leven verkeerde hij aan het Engelse hof, maar na onder andere aantijgingen van amoureuze escapades moest hij op de vlucht. In Antwerpen vond hij een warm onthaal.

Contacten met Sweelinck brachten hem soms in Amsterdam. Over en weer wisten ze elkaar te insprireren. In het inmiddels voorbije Sweelinck-jaar heeft Léon Berben het goede initiatief genomen om naast al het oude goud van Nederlandse bodem een cd met werk van Bull uit te brengen.

Het hart van het programma wordt gevormd door Walsingham, een reeks van dertig variaties. Ondanks de lengte van achttien minuten zal deze compositie door velen waarschijnlijk het meeste worden gewaardeerd en als toegankelijke worden ervaren, mede door het aangename thema. Voor Bull was het ook een prestigewerk om collega en leermeester William Byrd te kunnen overtreffen. 

De rest van het programma bestaat vooral uit de twaalf In Nomine die Bull heeft geschreven. Feitelijk zijn dat liedbewerkingen waarop hij zijn gevoel voor contrapunt loslaat. Doordat deze liederen ons niet bekend zijn en de cantus firmus lang niet altijd in de sopraan zit, vergt het best wat luisterinspanning om grip op deze muziek te krijgen. Het programma wordt afgesloten met een fantasie op een fuga van Sweelinck, waarmee hij (toen al!) een mooi eerbetoon schreef aan de Amsterdamse grootmeester.

Interessant zijn ook de de keuzes die Léon Berben maakt bij de interpretatie van het werk van Bull. Hij schrijft hierover in een boeiende toelichting in het booklet. De muziek van Bull is overgeleverd via meerdere handschriften die onderling sterk verschillen. Wat is dan de juiste versie? Berben kan niet anders dan heel veel vragen te stellen, antwoorden daarop zijn niet eenvoudig te vinden. Heeft het zin om alle verschillende handschriften eindeloos te vergelijken? Jazeker, maar uiteindelijk blijf je afhankelijk van hypotheses om tot een ‘urtext’-versie te komen en lijken keuzes sterk situationeel bepaald.

De opname is gemaakt in Lanvellec in Bretagne. Daar staat een orgel van de Engelse bouwer Robert Dallam uit 1653. Ook hij was op enig moment genoodzaakt om te vluchten naar het vaste land van Europa. Het veertien stemmen tellende instrument is in 1986 teruggebracht in haar oorspronkelijke staat, waarbij men graag vermeldt dat Gustav Leonhardt de eer had om het in te spelen.

De opname klinkt redelijk direct, wellicht is de kerk ook niet zo groot. Het relatief veel gebruik maken van de tongwerken van dit instrument draagt hier niet positief aan bij. Maar een fraai instrument is het zeker! Ondanks dat je om meerdere redenen wat meer moet doorzetten tijdens het beluisteren van deze opname is het een mooie kennismaking met één van de tijdgenoten van Sweelinck. Zoals we gewend zijn is het spel van Berben uiterst verzorgd en muzikaal.

Voor wie het Sweelinck-jaar te kort was heeft met deze uitgaven van Bull/Berben een goede reden om er nog een jaartje oude muziek aan vast te knopen!

Waardering: 3.5 uit 5.

John Bull – In Nomine / Walsingham – Léon Berben

Praeludium; In Nomine 1-12; Sans titre; Fantasia super Vestiva I colli; Walsingham; Fantasia secunda sopra Vestiva I colli; Fantasia op de fuge van m. Jan pieteress; (Sweelinck)

Léon Berben, Robert Dallam-orgel (1653), Eglise Saint-Brandan, Lanvellec (F)

Lanvellec Editions – LE00005, TT 76’45, opname 05/2021, prijs € 17,00 | festival-lanvellec.fr