Twee portretten van een ‘Grande Dame’ [RECENSIE]

Rolande Falcinelli

Interprete du XXe siècle

Dupré/Franck/Vierne

Hortus 038

Tekst: Frans en Engels.

Prijs: € 22,25

The art of Rolande Falcinelli

Interpreter, composer, improviser

Festivo 6962062

Tekst Frans, Duits en Nederlands.

Prijs: € 19,75

Klik hier om dit artikel te bestellen

Twee portretten van een ‘Grande Dame’

Waren cd’s met opnamen van de Franse organiste Rolande Falcinelli sporadisch verkrijgbaar (uitgezonderd de dubbel-cd met Dupré, live opgenomen in Notre-Dame de Paris), met deze twee cd’s met live-opnamen is er in ieder geval weer genoeg fascinerends te beleven.

Op de eerste cd staan opnamen van recitals in de kathedraal van Belly, met een omgebouwde Cavaillé-Coll. Op de tweede cd staan opnamen van concerten in de kathedraal in Dijon en de Münster in Basel.

De opnamen dateren uit 1974 (Dijon), 1990 (Basel) en de opnamen uit Belly dateren uit 1979,1980 en 1987.

Het betreft zonder uitzondering prima opnamen die een goed beeld geven van de sfeer tijdens een concert van deze uitzonderlijke organiste.

Cd 1 begint met de Evocation van haar docent Marcel Dupré (die ze ook opvolgde als orgeldocent aan het conservatorium in Parijs). Ik moet zeggen dat dit werk zeer muzikaal wordt neergezet: technisch perfect en muzikaal met een grote spanningsboog van begin tot slot. Het orgel wat bespeeld wordt is een orgel van Cavaillé-Coll (1860), met een toegevoegd Positif (Merklin et Kuhn, 1936) met o.a. hoge registers zoals Larigot en Septiéme.

Wat betreft de interpretatie is het verschil met haar docent Dupré gewoonweg erg groot. Waar deze soms in zijn spel de technische perfectie boven de muzikale voordracht stelde, laat Falcinelli horen dat het ook anders kan: een zeer poëtisch gespeeld Prière van Franck is het hoogtepunt van deze cd. De combinatie van techniek / lyriek is te horen in twee delen uit de Piéçes de Fantaisie van Vierne: Impromptu en Gargouilles et chimères waarbij het laatste deel een beroep doet op de meest extravagante klankkleuren van het orgel. Het Cantabile van Franck is ook naar huidige begrippen zeker niet snel van tempo, maar wel zo gespeeld dat er een doorgaande beweging is, wat erg lastig is!

Een als toegift gespeeld Scherzo van Dupré laat horen dat we hier met een persoon te maken hebben die op eenzame hoogte stond en (zeker in ons land) nogal eens werd afgeschilderd als een persoon die klakkeloos alles wat Dupré deed overnam. Deze cd laat overtuigend horen dat dit beslist onterecht is.

Cd 2, uitgebracht door ons vaderlandse label Festivo, heeft allereerst een informatief booklet met teksten van Maurice Clerc (organist van de kathedraal van Dijon en leerling van Falcinelli) en Silviane Falcinelli. Deze teksten geven een goed beeld van de levensloop van Rolande Falcinelli en laten tevens zien dat de muzikale expressie wat haar betreft net zo goed uit andere instrumenten dan het orgel kon worden gehaald. Zo wordt duidelijk dat Falcinelli alle opera’s van Wagner in haar vingers had en dat haar eerste doel was om op de piano solisten te begeleiden bij liedrecitals…

Ook op deze cd werken van Franck (Choral I) en Dupré (o.a. een bloedstollende uitvoering van de Deux esquisses op. 41 en een virtuoos gespeelde Final uit de Sept Pieçes op. 27). De rest van deze schijf wordt gevuld met eigen werk (composities en improvisaties). De composities van deze musicienne kenmerken zich door een hechte structuur, maar met een duidelijke andere harmoniek dan andere Franse componisten uit die tijd.

In de Sonatina op.73 (haar voorlaatste werk) worden kenmerkende ritmen en structuren zoals de wals, mars en rondo in een moderner jasje gestoken. Dit is een van de weinige werken van Falcinelli die hun oorsprong hebben in het Neo-Klassieke gedachtegoed.

Het Offertoire pour la Fête du Christ-Roi uit 1959 laat de liturgische kant van deze componiste horen met een karakteristieke rol voor de Cornet.

De improvisaties laten horen dat de organiste tot op hoge leeftijd een verbazingwekkende grip op de vorm en het instrument had en zijn muzikaal en qua orgelgebruik interessant.

Zo worden in de improvisatie te Basel drie opvallende kenmerken van deze stad uitgebeeld: De Romaanse Münster, de schilderijen in het museum en de rivier de Rijn.

Programmamuziek van de beste soort!

De improvisatie in Dijon laat variaties op een volksliedje horen met opvallend mooie registraties (o.a. de prachtige oude Cromorne), een zeer verstilde Adagio-variatie met prachtige harmonieën met als slot een virtuoze toccata waarbij de techniek in dienst staat van de muziek, iets wat nogal eens vergeten wordt….

Het unieke van deze cd zit ook in het feit dat het orgel van de kathedraal van Dijon hier nog te horen in de toestand voor de laatste restauratie (dus met electro-pneumatische tractuur).

Wat opvalt, is dat het orgel toen meer karakter had, en dat de registers veel ‘authentieker’ klonken. Dit geldt zeker voor de oude tertsregisters en tongwerken.

Verder staan in het booklet veel historische afbeeldingen.

Ik heb een lichte voorkeur voor deze cd vanwege de improvisaties en de esquisses van Dupré, maar voor een compleet beeld van deze organiste moet u ze eigenlijk beide aanschaffen!! [GERBEN MOURIK]

Klik hier om dit artikel te bestellen

© 2006 www.orgelnieuws.nl