Vox Humana Jrg. 20 nr 1

Poïkilorgue: Erfenis van Aristide Cavaillé-Coll – Aristide Cavaillé-Coll was er vroeg bij toen een nieuw verschijnsel op de markt verscheen: een huisorgel gebaseerd op doorslaande tongen. In 1834 presenteerde Cavaillé-Coll zijn Poïkilorgue, waarvan hij slechts enkele tientallen stuks heeft geproduceerd. In de periode 1924-1930 noemde het bedrijf zich Cavaillé Coll. Zonder de naam van Mutin, zonder koppelstreepje.

Het originele Poïkilorgue draagt een naamplaatje “Cavaillé-Coll et fils” wat niet anders kan betekenen dat zijn vader en andere familieleden betrokken waren bij de ontwikkeling en bouw van deze instrumenten. Deze kleine instrumenten werden gebouwd in de periode dat Aristide werkte aan zijn opus in de St. Denis. Het instrument waarmee hij zijn zegetocht als orgelbouwer is begonnen.

Na het overlijden van Aristide, werd de firma omgedoopt tot Mutin-Cavaillé Coll. In 1924 werd de naam gewijzigd in Cavaillé Coll, waarna in 1930 de firma geheel van de aardbodem verdween na een faillissement.

Op de wereldtentoonstelling van 1930 gehouden in Luik, presenteerde de firma ‘nieuwe’ modellen van Poïkilorgue. In tegenstelling tot het originele model, nu zuigwind, met echter registernamen als in het drukwind. En ook nog eens voorzien van gescheiden expression voor bas en discant. Ook van deze exemplaren zijn slechts enkele tientallen stuks gebouwd. Op dit moment zijn slechts 2 exemplaren bekend, met serienummers 30 en 40. Het exemplaar met nummer 30 staat in gerestaureerde staat in Nederland en wordt in de nieuwe editie van Vox Humana gepresenteerd door de huidige eigenaar. Het instrument is na oplevering door de restaurateur Louis Huivenaar in gebruik genomen in een (besloten) huiskamer concert door Dirk Luijmes.

© 2009 www.orgelnieuws.nl