20 juni 2019

Bätz-orgel Petruskerk Woerden opnieuw in gebruik na restauratie

Op zaterdag 8 juni wordt het J.H.H. Bätz-orgel van de Petruskerk te Woerden weer in gebruik genomen. Het instrument ui 1768 werd in 2018/2019 gerestaureerd door de orgelmakers Gebr. Van Vulpen te Utrecht.

Bijna een halve eeuw sinds de vorige restauratie van het orgel was groot onderhoud noodzakelijk, met name aan de windvoorziening en de windladen. Daarnaast leefde algemeen ook de wens om de na de bouw van het orgel meermalen gewijzigde klank zoveel als mogelijk in haar originele glorie te herstellen. Herziening van het windwerk en de windladen, conform de toestand van1768, was daartoe een voorwaarde.

Toonhoogte
Op grond van pijpwerkonderzoek kon de originele stemtoonhoogte worden teruggevonden, eveneens een voorwaarde voor klankherstel. De klinkende lengte van de frontpijpen werd hersteld en het binnenpijpwerk werd verlengd. Dat J.H.H. Bätz zijn orgels middentoons stemde, werd ook hier bevestigd.

Stemming
Omwille van het liturgisch gebruik van het instrument is echter thans een Kirnberger-III-stemming aangebracht. Zo kon qua pijplengtes een aanvaardbaar compromis tussen originele stemming en wensen van de opdrachtgever worden gerealiseerd.

De restauaratie werd mede mogelijk door een riante subsidie uit het Erfgoedparelfonds van de Provincie Utrecht.

Cartouche onder het rugpositief: ‘Nadat de beide orgels waarmee deze kerk eertijds versierd was in 1672 door vijandelijk vuur waren verbrand, hebben de Edele Magistraten van deze stad in 1766 besloten een nieuw orgel te bouwen en te plaatsen. De vervaardiging van het werk is onder toezicht van deskundigen in 1767 begonnen en voltooid in 1768.’ | © beeld Gebr. Van Vulpen

Geschiedenis en technische gegevens in vogelvlucht

1766/1768
Bouw van het orgel door J.H.H. Bätz te Utrecht in opdracht van het stadsbestuur van Woerden. Het contract bleef niet bewaard. De uiteindelijke dispositie wijkt af van gegevens uit het bedrijfsarchief en komt ook niet geheel overeen met de opgave van Hess uit 1774.

1820/1821
Herstel en omstemmen in evenredig zwevende stemming door J.C. Friederichs te Gouda. De orgelkast wordt herschilderd.

1836
Herstel door J. Bätz. Daarbij worden onder meer de frontpijpen afgeschuurd, geslepen en gepolijst, de metalen pijpen C-H van de pedaalbourdon 16′ vervangen door houten exemplaren. Ook worden wijzigen van de steminrichtingen van de grote open pijpen (verhoging van de stemtoonhoogte) doorgevoerd, alsmede correctie van de evenredig zwevende stemming.

1889/1890
Herstel door de Fa. J. Bätz & Co (J.F. Witte). De frontpijpen worden wederom afgeschuurd en nu met bronsverf bestreken. Verder wordt onder meer de intonatie herzien.

1911
Toevoeging van een derde manuaal door Mart. Vermeulen te Woerden. De klaviatuur wordt vernieuwd, maar de oude manualen en registeropschriften uit 1768  bleven bewaard, respectievelijk bij Vermeulen en onder de vernieuwde registeropschriften.

1939
C. Verweijs (Amsterdam), herstel en wijzigingen.

1969-1971
Restauratie door de Gebr. Van Vulpen te Utrecht, aanvankelijk onder advies van Lambert Erné, na diens overlijden opgevolgd door Hans Erné en Maarten Albert Vente. Technisch herstel van de situatie van 1836, de intonatie uit 1890 blijft gehandhaafd. De kast wordt herschilderd in de kleurstelling uit 1768.

1992
Intonatiecorrecties door de Gebr. Van Vulpen, onder advies van Rudi van Straten.

2018/2019
Deelrestauratie door de Gebr. Van Vulpen, onder advies van Peter van Dijk. Toezicht namens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Wim Diepenhorst. Werkzaamheden: herstel windvoorziening (inclusief de voetbediening van de balgen), windladen, mechanieken, oorspronkelijke stemtoonhoogte en intonatie.

Het J.H.H. Bätz-orgel in de Petruskerk te Woerden | beeld Gebr. Van Vulpen

Heringebruikname

De heringebruikname vindt plaats op zaterdag 8 juni om 15.00 uur. Het orgel wordt onder meer bespeeld door adviseur Peter van Dijk, die ook een toelichting zal geven. Wim Diepenhorst verzorgt daarbij een registerdemonstratie. Ad van Pelt, een van de vaste bespelers, zal het orgel laten klinken in werken uit de bouwtijd van het orgel.

 


Dispositie

Hoofdwerk (II) C-d3
Prestant 16 – vanaf d1 dubbel
Baardpijp 8
Roerfluijt 8
Quintadeen 8
Octaaf 4
Fluijt 4 – open cilindrisch
Quint 3 – discant dubbel
Octaaf 2 – discant dubbel
Nagthoorn 2 – open cilindrisch
Mixtuur – 4-5-8 sterk vanuit 2′
Trompet 8
Voxhumana 8

Rugpositief (I) C-d3
Prestant 8 – vanaf cis1 dubbel
Holpijp 8
Octaaf 4
Fluijt 4 – roerfluit
Nasaat 3
Superoctaaf 2
Flageolet 1 ½
Mixtuur – 3-4-5-6  sterk, vanuit 1′
Cornet – 4 sterk, discant
Trompet 8

Pedaal C-d1
Bordon 16 – C-H eiken, 1836; vervolg metaal, 1768
Prestant 8
Octaaf 4
Fagot 16
Trompet 8

Werktuiglijke registers
Copling – [Hw-Rp] bas/discant
Copling – [Rp-Hw]
Copling Ped. – (Ped-Hw)
Trambland tot Voxhumana 8′
Trambland Ruxpositief
Drie afsluitingen
Wind Uijtlating – windlosser

Vijf spaanbalgen (1768)
Stemtoonhoogte a1 = 415 Hz
Stemming Kirnberger-III
Winddruk 78 mm waterkolom
Bas/discant-deling h/c’

 

X