Wat is uw orgelnieuws van de afgelopen tien jaar?

Met een bescheiden taartje bij de koffie werd vorige maand ten burele van de redactie de tiende verjaardag van Orgelnieuws.nl gevierd. Mijmerend boven de chocoladeschnitt passeerde een decennium orgellief en orgelleed.

 

Tien jaar geleden luisterden wij nog braaf naar speciale programma’s met orgelmuziek op Radio 4, kochten we misschien wel cd’s en bladmuziek bij Lindenberg, gingen we nog naar orgelconcerten van Klaas Jan Mulder of Jan Jongepier, speelden we nog Bach zonder Bach-orgel, had Hayo Boerema zich veilig verschanst in de Achterhoek, en konden wij ons niets voorstellen bij de aanplant van orgels in een Amsterdams park.

 

Tien jaar geleden hadden de Gereformeerden nog hun eigen organistenvereniging, hadden we nog geen flauw idee hoe een West-Brabants Ibach-orgel geklonken zou kunnen hebben, waande het Peter Gerritz-orgel zich aard- en nagelvast in de Middelburgse Koorkerk, zongen we nog (of nog steeds niet) uit het Liedboek voor de Kerken en stond er ook toen nog geen orgel in de Grote Zaal van Vredenburg.

 

Wat is úw orgelnieuws?

Ja, er kan in tien jaar  veel gebeuren. Wij vroegen ons af: wat is nu eigenlijk úw orgelnieuws van de afgelopen tien jaar? Deel ons in wat voor u een hoogte- of misschien wel dieptepunt is op orgelgebied! De leukste, treffendste, ontroerendste of meest opmerkelijke reactie loopt het risico door ons beloond te worden.

 

 

 

 

7 Comments

  1. Mijn orgelnieuws bestaat uit zowel een diepte- als hoogtepunt. Beide vonden dit jaar plaats.
    Het dieptepunt voor mij was het bericht dat het Conservatorium Zwolle genoodzaakt was om de orgelopleiding te beëindigen. Persoonlijk vind ik de orgelgeschiedenis van de stad Zwolle onlosmakelijk verbonden met het Conservatorium. In de kerk waar 6 juni j.l. het laatste orgelexamen werd afgelegd door Arjan van Hees, werden concerten gegeven door o.a. Marcel Dupré, Jeanne Demessieux en Helmut Walcha.
    Een hoogtepunt voor mij was het improvisatieconcours wat op 22 november j.l. georganiseerd werd in Elburg. Improvisatie vind ik persoonlijk het mooiste wat de orgelkunst te bieden heeft. En ik werd geweldig verrast door een jonge garde organisten die op het koororgel een partita over de lofzang van Maria improviseerde en op het hoofdorgel over een opgegeven thema met als 1e prijs winnaar Roeland de Reuver die ook voor mij de winnaar was. Ik hoop deze naam op de toekomstige concertagenda’s weer tegen te komen.

  2. Mijn orgelnieuws van de afgelopen 10 jaar is het Kaski-rapport van de PKN uit 2007.
    In dat rapport werd in kaart gebracht hoeveel professionele organisten/kerkmusici nog werkzaam waren en hoeveel amateurorganisten er waren.
    In februari 2008 was dit onderwerp voor een item bij de EO op radio 1, waaraan ik heb meegewerkt. Waarom gaan steeds minder mensen orgel studeren aan het conservatorium? Antwoord: omdat de kerken het er niet voor over hebben om een professionele organist/kerkmusicus naar behoren te betalen.
    Inmiddels zijn al enkele orgelklassen opgedoekt. In Arnhem, Enschede en Zwolle kan men geen orgel en kerkmuziek meer studeren.
    Het aanbod aan professionele organisten slinkt en de vraag naar amateurorganisten wordt steeds groter, omdat amateurorganisten goedkoop zijn. De meeste kerken zijn niet meer op zoek naar kwaliteit, maar naar manieren om zo min mogelijk uit te kunnen betalen.
    Het gevolg is dat professionele kerkmusici als amateur worden behandeld en zo ook betaald worden.
    Sterker nog: sommige kerkenraden gaan zonder overleg met de dienstdoende professionele kerkmusicus kerkmuzikale beslissingen nemen. “Want die amateurorganist die bij ons als vrijwilliger óók in dienst is, die vragen wij er toch ook niet naar”, wordt er dan bijvoorbeeld gezegd.
    Heel veel collega’s zijn al naar het buitenland vertrokken omdat het daar beter geregeld is voor wat betreft status en honorering, en ik geef ze groot gelijk!

    Het gekke is dat ik collega’s hier helemaal niet over hoor. Sommigen laten het zich welgevallen voor een appel en een ei de gemeentezang te begeleiden, terwijl ze een prachtige studie als organist en kerkmusicus gehad hebben.
    Wat ik wel heel veel hoor is het optimisme van: ”In Nederland is het aanbod van orgelconcerten heel groot, fantastisch!” of ”De PKN heeft een fantastisch nieuw liedboek!”
    Allemaal schijn voor een probleem die er daadwerkelijk toe doet: de onderwaardering voor de professionele kerkmusicus/organist en de houding van de kerk die hierin tekort schiet, hier zouden de professionele organisten en kerken zich mee bezig moeten houden!
    Een professioneel organist/kerkmusicus kan nog zulke geweldige concerten geven, zijn/haar eerste prioriteit ligt nog altijd bij de kerk waar hij/zij in dienst is.

    Ik voorzie niet dat hier de komende tien jaar iets zal gaan veranderen, Integendeel, als men zo doorgaat wordt het tekort aan professionele kerkmusici alleen maar groter, en de kwaliteit van de gemeentezang/kerkmuziek zal achteruit gaan. De meeste kerken halen de schouders op: want die gepensioneerde amateur van 75 jaar die een beetje orgel speelt en bij ons regelmatig een kerkdienst doet voor 5 euro, dat gaat toch ook best aardig…

    Als laatste: waarom gebruik ik steeds de term professionele kerkmusicus/organist? WANT HIJ/ZIJ SPEELT ORGEL NIET ALS HOBBY!!! SNAP DAT DAN!

  3. ‘Cavaillé-Coll orgels in Nederland. Dat zijn orgels om te koesteren. Tot 2007 werkte ik in Den Haag, op een steenworp afstand van de Waalse Kerk aan het Noordeinde. Een sobere kerk, met boven de ingang de prachtige tekst: ‘Je suis le chemin, la vérité et la vie’, en binnen, rechts op de orgelgalerij dat prachtige opus van Cavaillé-Coll uit 1885. In die tijd deed de Waalse Kerk nog mee met de lunchconcerten. Ik herinner mij heel goed hoe ik op een zonnige dag in een van de hoge banken schoof. Wijlen Gert Oost kwam spelen. Een beminnelijk man. Voordat hij ging spelen, vertelde hij eerst iets over het werk: de Symphonie ‘Romane’ (nr. 10) van Charles-Marie Widor. Daarna kroop hij achter de klavieren. Een indrukwekkend stuk muziek, meeslepend gespeeld, ook al was deze Cavaillé-Coll er misschien iets te bescheiden en te kerkruimte iets te klein voor. Ik stel me zo voor dat het winkelend publiek bij de forte passages even stilhield. De lunchconcerten zijn nog steeds een mooie traditie in Den Haag. De musici die meewerken zijn niet de eerste de beste. Maar wat jammer dat de Waalse Kerk niet meer meedoet. Ik hoop dat de Stichting Haags Orgelkontakt eraan zal bijdragen dat dit orgel niet in vergetelheid raakt. Zomaar zo’n dik half uur, tussen computerwerk en vergaderen door, mijmeren bij Franse orgelklanken… Dat kan niet overal in Nederland’!

  4. ‘Mijn orgelnieuws van het afgelopen decennium is wel dat ‘angry young men’ met een doorwrocht idee kwamen om het orgel goed en voorgoed op het podium te plaatsen en het daar nog dagelijks te presenteren. Waar oeverloos gedoe in forums en mailinglijsten de slechtste kant van de (amateur)organist immer verzoop in gekissebis en vaak zelfs een botte oorlog. Orgelnieuws ging de enig juiste weg door het orgel, het orgel en niets dan het orgel te presenteren. Het zeer slimme idee om voor aanvang de ivoren toren af te breken heeft zich bewezen juist te zijn. Een felicitatie met een pluim. Vol verwachting klopt ons hart welke petitfours ons het komende decennium ons worden voorgeschoteld. Chapeau’!

  5. ‘Wat mij het meest opvalt is het feit dat met respect orgels worden gerestaureerd. Dat wil zeggen, een groot aantal orgels mogen hun ´levensloop´ behouden. Een groot voorbeeld daarvan is het Willibrordusorgel in de Kath. Basiliek St. Bavo in Haarlem. Adema begon de bouw in Amsterdam (1923) waarbij in de jaren daaropvolgend het concept verder is uitgewerkt. De noodzakelijke overplaatsing van het orgel naar Haarlem is voor het orgel al een verbetering geweest terwijl de restauratie en verder completering van het instrument ondanks de jonge leeftijd al de monumentenstatus heeft gebracht. Dat het orgel wordt gewaardeerd blijkt uit de vele concerten die jaarlijks op de zaterdagmiddag worden gehouden. Niet zelden is het schip van deze grote kerk goed gevuld met ‘fans’ van dit orgel, waarbij gerenommeerde organisten uit de hele wereld hun medewerking verlenen. Een bijzonder orgel in een even zo bijzondere kerk’!

  6. ‘Voor mij is dat zonder twijfel de realisering van de reconstructie van het Brabants/Rheinlandse orgel in de Sint Mattiaskerk van Oploo in 2009’!

  7. ‘Dat er nog steeds moderne muziek voor orgel wordt gecomponeerd, door een jong en zeer veelbelovend componist, die onlangs een orgelconcert in opdracht van Het Orgelpark heeft vervaardigd. Hoop dus voor de orgelcultuur’.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.