RECENSIE John Bull – organ works of the early period

john bull organ works michael bennett

Een nieuwe muziekproductie rond de werken van John Bull verdient altijd aandacht, want helaas, in tegenstelling tot de werken van Jan Pieterszoon Sweelinck en William Byrd, komt men deze een stuk minder vaak tegen van deze tijdgenoot (1562/3 – 1628). Er komen wel sporadisch cd’s uit met geselecteerde werken, zoals afgelopen jaar van Léon Berben en grappig genoeg onlangs ook op piano. Organist Michael Bennett heeft zich er nu ook aan gewaagd met een opname vanuit de Grote Kerk in Oosthuizen met werken van Doctor Bull.

Text Example

advertentie



De eerste vraag die opkomt: wie is toch die Michael Bennett? Enig googelen levert op dat Michael Bennet (1998) een organist en componist is, oorspronkelijk afkomstig uit de Verenigde Staten. In Nederland studeerde hij in Amsterdam bij Pieter van Dijk, Matthias Havinga en Miklós Spányi. Hij heeft een passie voor 17e-eeuwse muziek en improvisatie. Daarnaast is hij actief in de regio Alkmaar. Kortom, veelbelovend!

Doctor Bull

Zijn passie bracht hem blijkbaar bij Doctor John Bull, een immigrant in de Zuidelijke Nederlanden. Voor velen die niet bekend zijn met de wereld van oude muziek: hij was niet zomaar een componist. Bull schreef voornamelijk voor orgel, klavecimbel en virginaal (meer dan 180 werken) en daarnaast ook koorwerken, zoals anthems, canons en consortmuziek.

Hij is waarschijnlijk afkomstig uit het Welshe graafschap Radnorshire en begon in 1573 zijn muzikale loopbaan in het koor van de kathedraal van Hereford en kwam al in 1574 terecht in de Chapel Royal in London. Hij was een leerling van John Blitheman en waarschijnlijk ook van William Byrd.

In 1582 werd hij organist in Hereford. Vanaf daar ging het snel bergopwaarts met zijn muzikale carrière; hij behaalde zijn doctorstitel en in 1597 was hij de organist van ‘Her Majesty’s Chapell’ en werd hij aangesteld aan Gresham College. Naast deze activiteiten was hij ook orgelbouwer.

Zuidelijke Nederlanden

Zijn biografie leest als een spannend boek met elementen als berovingen, piraten, overspel en andere plotwendingen. De kwestie van overspel was de reden om te emigreren naar de Zuidelijke Nederlanden.

Hier werd hij eerst collega van Peter Philips en Peeter Cornet in Brussel en niet lang daarna werd hij aangesteld als organist in de kathedraal van Antwerpen. Eerst als assistent (1615) en daarna als kathedraalorganist (1617). In deze hoedanigheid was hij één van de adviseurs van het orgel dat in 1617 gebouwd zou worden in de St. Jan van ’s-Hertogenbosch.

john bull
John Bull | © beeld Faculty of Music Collection, Oxford University / Bridgeman Images

Bull stond zeker in contact met Jan Pieterszoon Sweelinck. Na diens dood componeerde hij als eerbetoon een fantasia op een fugathema van Sweelinck. Volgens Maarten Vente was John Bull verder een revolutionair in zijn opvattingen op orgelbouw en bekend met de geschriften van de Spanjaard Bartolomé Ramos de Pareja, die publiceerde over gelijkzwevende stemmingen.

Volledig digitaal

Terug naar deze muziekproductie. Een volledig digitale productie, er is namelijk geen cd of boekje beschikbaar. Dat heeft zijn voor- en nadelen, waarover later meer. Blijkbaar kunnen producties snel gemaakt worden, want de opname werd volgens de website gemaakt in mei 2023 en de releasedatum was 21 mei 2023.

Enthousiast en creatief

De indruk na het herhaaldelijk beluisteren is dat Bennett enthousiast en creatief is in zijn orgelspel, zonder banaal of saai te worden. Het laat zien dat hij zich goed in dit genre heeft verdiept, en daarvoor verdient hij alle lof. Hij kan daarmee los komen van de exacte muzieknoten en brengt moeiteloos fraaie versieringen.

Het orgel van Oosthuizen klinkt daarbij goed in zijn element, en gelukkig horen we het weer, want de laatste jaren zijn er weinig opnamen van dit fraaie orgel verschenen. Kortom, de muziek en uitvoering zijn zeer de moeite waard.

Kritische opmerkingen

Toch zijn ook enkel kritische opmerkingen noodzakelijk. Vaak geeft een boekje enige verantwoording van het gespeelde, en dat is hier op sommige punten eigenlijk wel nodig. Deze productie moet het zonder begeleidende tekst stellen. Daarom worden vier punten uitgelicht:

Allereerst de titel van de opname, ‘John Bull – Organ Works of the Early Period’. Wat wordt hier nu precies mee bedoeld? De gespeelde werken zijn namelijk niet uit de vroege periode van John Bull. Zijn Walsingham stamt uit circa 1610, toen Bull al rond de 48 jaar oud was. Duidt dit dan op orgelmuziek in het algemeen? Of is het een marketingtruc, omdat sommigen deze muziek als zeer oud ervaren? Maar goed, hoe vroeg is dan de muziek van Paul Hofhaimer of zelfs de Robertsbridge Codex uit 1360? Ook tijdgenoot Monteverdi wordt niet zo geclassificeerd. Het waarom van deze titel blijft onduidelijk.

Ten tweede is Barofostus’ Dreame een anoniem werk, maar wordt het door Bennett als mogelijk van Bull bestempeld. Ik kon geen literatuur hierover terug vinden en het is ook niet opgenomen in het complete oeuvre van John Bull in de Musica Britannica. Waarop wordt dit dan gebaseerd? Dat blijft dus speculeren.

Herhalingen

Als derde punt rijzen bij de uitvoering ook enige vragen. Waarom worden soms wel en soms geen herhalingen gespeeld? Zoals in het eerder genoemde werk Barofostus’ Dreame: variatie 1 wordt feitelijk drie maal gespeeld, namelijk aan het begin tweemaal, hierop volgt variatie 2 éénmaal , echter wordt variatie 3 weer tweemaal gespeeld (de tweede keer overigens zeer rijkelijk versierd en omspeeld, waardoor het enigszins een extra variatie lijkt), waarna variatie 4 éénmaal gespeeld wordt en tot slot variatie 1 herhaald wordt. Nu staan er bij elke variatie herhalingstekens, echter zo wordt er wel zeer veel vrijheid genomen. Deze praktijk past Bennett ook toe in Walsingham, waarbij enkele variaties meerdere keren gespeeld worden, en variatie 5 zelfs driemaal voorbijkomt.

Je zou haast denken dat die variaties bij het maken van de opnamen meermaals zijn gespeeld om er later een keuze uit te kunnen maken, maar dat bij het editen alles is behouden. Dertig variaties worden daarmee toch wat lang voor de aandachtige luisteraar. Dat laat overigens onverlet dat het allemaal wel mooi is gespeeld.

Oosthuizen

Tot slot de keus voor het orgel. Oosthuizen is deels begrijpelijk. Zoals eerder geschreven klinkt het orgel in zijn element. De middentoonstemming klinkt geweldig, vooral bij stukken als de Pavan and Gaillard Phantastikal, die daardoor een magistrale glans krijgen. Los van deze opname en hoe mooi Oosthuizen ook is, verdient deze muziek, net als die van Sweelinck, eigenlijk een groter instrument. Dat geeft de mogelijkheid tot meer vrijheid en expressie, die de componisten zelf ook tot hun beschikking hadden.

Orgel Grote Kerk Oosthuizen | © beeld ORGELNIEUWS

Bovendien is een orgel zoals in Oosthuizen niet per sé representatief voor de klankwereld van John Bull. Hij was hij bijvoorbeeld zeer bekend met het werk van Matthijs Langhedul en andere Zuid-Nederlandse orgelbouwers. Met Langhdul werkte hij samen aan een klein instrument voor de Antwerpse kathedraal, en dit instrument kreeg al registers als Nazard, Tierce en Trompet.

Tot slot

Ondanks kritische opmerkingen is deze productie en dit aanstormend talent van harte aan te bevelen. Vooral om meer te ontdekken van deze bijzondere componist. Na het herhaaldelijk beluisteren verveelt deze opname geen moment. Dat zegt wat over de muzikaliteit van de uitvoerende. Hopelijk gaan meer van dit soort producties volgen.

John Bull (1562-1628) – organ works of the early period

a Prelude in A, In Nomine IX, In Nomine V, My Choice, Salvator Mundi, Ut Re Mi Fa Sol La III, Bulls Goodnight, a Prelude in D, Barafostus Dreame (anoniem/Bull?), Fantasia in D (bicinium), Fantasia in D, Pavan and Gaillard Phantastikal, Most Swet and Fairse (The Duke of Brunswicsk Alman), Walsingham.

Michael Bennett, 16th century organ, Grote Kerk Oosthuizen

Editions Grandier – z.nr, TT 81′, opname 21 mei 2023, prijs vanaf € 10, onbeperkt streamen via de gratis Bandcamp app, downloads in onder meer MP3 en FLAC | editionsgrandier.bandcamp.com