TerugWerk V – Vergane vip

In TerugWerk blikt Bert Rebergen terug in kranten en artikelen uit het verleden, op zoek naar orgelnieuws. Wat speelde destijds? Wat hield de orgelgemoederen bezig en hoe kijken we daar nu verrast, met een glimlach, hoofdschuddend, met instemming knikkend, of met enige weemoed op terug? Deel V: Vergane vip.

Het was ruim veertig jaar geleden bij veel organisten bekend dat, wanneer ze een concert gaven in Veenendaal, er na afloop een horde jongelui stond te wachten om een handtekening van de concertgever te bemachtigen. Er mocht daar destijds niet geapplaudisseerd worden, maar dit stille applaus zullen veel organisten aardig gevonden hebben.

Toch stond Willem Hendrik Zwart eens gespeeld te zuchten onder het Vierdag-orgel, omdat hij na de inspanningen boven zoveel krabbels moest zetten. Als brutale puber kon ik het toen niet laten om grappend te reageren met: ‘Had u maar een vak moeten leren.’ Zwart kon dat wel waarderen.

Asma zag dat zetten van handtekeningen op den duur niet meer zitten en liet zijn krabbel afdrukken op het programma, één enkel A4-tje, dikwijls uitgedeeld door ondergetekende bij de ingang. 

Tijdens het honderdste orgelconcert in Veenendaal kwam Ewald Kooiman op bezoek. Het was één van mijn eerste concerten en voor de programma’s van Kooiman was een jochie van dertien, die zich nog vooral bezighield met het lichtere genre, nog lang niet ervaren genoeg. 

Na afloop geen legioen onder het orgel. Niemand. Blijkbaar waren er meer die niet doorgewinterd genoeg waren voor een programma dat vermoedelijk vooral de grote B’s bevat moet hebben: Bach, Buxtehude, Böhm en Bruhns. 

Edoch, schrijver dezes stond er en omdat niemand onderaan de trap stond, waagde ik de weg naar boven. Daar trof ik Kooiman nog aan op de orgelbank. Geen keurig geknipte heer in driedelig kostuum, maar een man met flinke haardos, inclusief – zo noemden wij dat thuis – PSP-trui en geitenwollen sokken.

Kooiman glimlachte vriendelijk en vroeg wat ik kwam doen. Zo ontstond een gesprek en Kooiman nam alle tijd me van alles te vertellen over de gespeelde muziek. Het meeste moet langs me heen zijn gegaan, maar vriendelijk vond ik het zeker. In mijn herinnering wees hij me ook op de afdrukken van manuscripten die hij op de lessenaar had staan. Mensen die Kooiman beter hebben gekend, zullen dit kunnen bevestigen, of juist ontkennen, maar waarschijnlijk speelde hij niet uit keurige banden van Peeters, of Bärenreiter, maar speelde hij, gebruik makend van de handschriften van de meester zelf. 

Zijn praatje maakte de jonge ‘orgelfiel’ wel enthousiast. Uit de bibliotheek werden regelmatig de bekende witte albums (KMK-records) van Kooiman met de orgelwerken van Bach geleend. Het zou nog vele jaren duren voordat die geweldige muziek door mij werkelijk naar waarde kon worden geschat. 

Kooiman bleef ik daarna associëren met de oude meesters uit Duitsland en Frankrijk. Nooit vergeet ik de Duitser die zei: ‘Onze Bachinterpretatie wordt altijd bepaald door Nederlanders: Früher war es Koiman und jetzt Ton Triller Koohpman.’  Die toevoeging ‘triller’ leek me geen compliment. En dan te bedenken dat we later ook nog Beekman kregen. Man, man …

De verbazing was daarom groot toen zijn lp Jan Zwart en tijdgenoten uitkwam en hij een lezing verzorgde tijdens een grote Jan Zwart-herdenking in de Eusebius van Arnhem in 1987. Hij sprak met grote achting over een man waarvan je toen al dacht dat deze muzikant, als vertegenwoordiger van de Hollandse Koraalkunst, door een hooggeleerd musicoloog niet al te serieus genomen zou worden. 

Na zijn lezing zat Kooiman in zijn eentje op een terras in Arnhem, terwijl de nodige bezoekers zich ernaast bij een friettent laafden aan patat met mayonaise. Een wat oudere orgelliefhebber en een door en door Zwart-fanaat merkte toen op, wijzend naar Kooiman: ‘Daar zit de vip, wij zijn de vergane vip.’

Gravend in de archieven stuitte ik op een artikel in Dagblad Trouw (9 december 1982) van Ewald Kooiman waarin hij, op verzoek van Bert Klei – die zal in deze serie columns vast en zeker vaker genoemd gaan worden – over Piet van Egmond schrijft. 

Piet van Egmond. Opnieuw een naam die je niet snel zou verbinden met Kooiman. 

Over Van Egmond, die qua Bach-interpretatie noch met Kooiman, noch met Koopman te vergelijken is, geen kwaad woord. Wel over een boekje van Hendrik Snel. 

Het boekje had een aanwinst voor de Van Egmond-fan moeten worden, maar Kooiman wil het ’t liefst snel vergeten. Alleen de door Van Egmond zelf geschreven Variaties op het Oude Wilhelmus en de door Jan Nieland genoteerde Improvisatie over Psalm 138 weet Kooiman te waarderen. De rest is van Snel zelf en zijn volgens Kooi niet meer dan probeersels: ‘Ook geliefde organisten zijn na hun dood niet vogelvrij!

Het boekje kocht ik destijds en nietsvermoedend ook voor f 14,90 en het bleef, na wat proberen, in de orgelboekenkast. Inderdaad lijkt Psalm 138 nog het meest op het spel van Van Egmond, al komen notenbeeld en de plaatopname slechts deels met elkaar overeen. 

En dan te bedenken dat Ewald Kooiman alweer in 2009 vrij plotseling overleed. Op vakantie in Egypte begaf zijn hart het. Het hart van een sportieve man, het hart van een veelzijdiger musicus dan ik in eerste instantie dacht. 
Het hart van een man wiens website in de lucht bleef, maar stil bleef staan vanaf het moment dat hij overleed. 
Het hart van een man die, al lijken we hem al zo snel vergeten te zijn, inderdaad tot de vip der Nederlandse organisten behoorde. 

Het is zoals dat in de wielrensport wel wordt gezegd: ‘Die trui neemt niemand hem meer af!’

Bert Rebergen (*1969) is vooral onderwijsman en verhalenverteller, maar orgelmuziek mag zich in zijn grote belangstelling verheugen, niet alleen passief maar ook in de praktijk. In 1988 werd hij organist in Veenendaal. Daar en daarbuiten bespeelt hij, tot de dag van vandaag, menig instrument. Sinds 2009 treedt hij als verteller en presentator op in het gehele land.

1 Comment

  1. Ewald behoort voor mij nog steeds tot de grootste organisten die we ooit gehad hebben, samen met Jan Jongepier. Die twee zijn bepalend geweest voor de ontwikkeling van mijn muzikale smaak.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.