RECENSIE Improvisations – Saint-Eustache Paris – Gerben Mourik

imrpovisations st eustache paris gerben mourik

Nota bene in de tempel van wijlen Guillou een improvisatieplaat volspelen … con bravura! Het valt op dat we de laatste jaren in ons land steeds meer jonge organisten hebben die op hoog niveau improviseren. Gerben Mourik is er een van. In 2005 won hij St. Albans en in 2008 Haarlem.

Over het fenomeen muzikale improvisatie wordt heel wat gefilosofeerd. Moet je improvisaties überhaupt wel opnemen? En zijn stijlimprovisaties wel artistiek hoogstaand of ambachtelijk kopieerwerk? Of is dat helemaal geen tegenstelling? En is improviseren niet een oervorm van muziekmaken, die voorafgaat aan componeren?

En dan de praktijk … Improvisatoren die het patroonmatig, volgens vaste schema’s aanpakken. Anderen die verslingerd aan hun eigen ‘vondsten’ al hun breiwerkjes maar vastleggen. Weer een Adagio Religioso gevolgd door een klapperende Koraaltoccata. En wie reist door kerkelijk Nederland kent de pijnlijke ervaring een dorpsorganist te moeten aanhoren die voor de dienst wel een half uur dapper aan het proberen is, ondanks een slagingskans van 0%. De Bijbelse organist, van wie geldt dat zijn of haar linkerhand niet weet wat de rechterhand doet.

Maar vooral in Frankrijk (en de laatste decennia dus ook in ons eigen land) is er een rijke improvisatietraditie. Namen als Jean Langlais (van wie zijn leerling Ewald Kooiman eens zei dat hij wel een half uur met een Montre 8” kon lummelen zonder dat het ook maar een ogenblik verveelde!), Pierre Cochereau, Daniel Roth en Sophie-Véronique Cauchefer-Choplin genoten en genieten wereldfaam. En uiteraard de grillige en zeer virtuoze Guillou.

Gerben Mourik toog naar de St. Eustache. Het vijfklaviers Van den Heuvel-orgel is een veelbesproken instrument. Het telt 101 registers, waaronder drie (!) 32-voets tongwerken. Guillou heeft er heel wat cd’s opgenomen, die overigens lang niet alle in Nederland verkrijgbaar zijn. Het monumentale orgel (Jan van den Heuvel ontving de zilveren medaille van de Societé Académique d’Arts et Lettres voor de bouw ervan) heeft een uitzonderlijk rijk palet aan kleurrijke registers. Het heeft een arsenaal aan zalvende mystieke klanken, een hele collectie kruidige vulstemmen in allerlei bijzondere maten, maar het kan ook donderen als een orkaan. Deze Van den Heuvel is goeddeels geënt op het werk van het genie Cavaillé-Coll. Je zou het een CC 2.0 kunnen noemen. Op zo’n orgel moet improviseren een ultiem genoegen zijn, mits je zo’n instrument natuurlijk wel aankunt. En dat zit wel goed bij Gerben Mourik. 

Na een plaat op een Van den Heuvel in Hollandse stijl (Lunteren) met improvisaties over psalmen en gezangen nu een heel andere plaat: op een groot symfonisch orgel en improvisaties over thema’s uit de muziekliteratuur. Dat is meteen al het sterke van Mourik: hij ontwikkelt zich en slaat nieuwe wegen in. En los van het feit dat je heel aantrekkelijke en kansrijke thema’s in de muziekliteratuur kunt vinden, is een grote kennis van het brede klassieke (en niet alleen klassieke!) repertoire van eeuwen een enorme voedingsbron voor het improviseren. Je geest wordt door het vele luisteren naar Mozart, Schubert, Mahler, Beethoven, Bach, Chopin, Messiaen, enz., enz. als het ware gevuld met klanken, patronen, thema’s, akkoorden, stemmen en tegenstemmen van de grote meesters. Zou het ontbreken van literatuurkennis niet een van de achtergronden zijn van die vele zo voorspelbare en uitgekauwde improvisaties in ons landje?

Intussen heeft Mourik een ronduit geweldig boeiende plaat gemaakt. Hij gebruikt thema’s van onder andere Bach, Brahms, Debussy en Escaich en zet deze thema’s naar zijn vaardige hand. De uitwerkingen zijn nergens goedkoop, gewild of oppervlakkig. Hier is een verteller aan het woord met een goed verhaal dat hij ook nog eens spannend brengt. Het is alleen maar winst dat Mourik zijn virtuositeit ook legt in tere, poëtische mijmeringen in celesteklanken.

Aardig zijn de beschrijvingen van ‘wat er gebeurt’ in deze improvisaties. Synthèse, twintigste-eeuws, maar vol met Bach-citaten en thema’s … en een plaagstootje in de tekst naar stijlzuivere recensenten: ‘de quintparallellenpolitie’. Met tenslotte een huldebetoon aan ‘deux Pierres’: Pincemaille en daarbij inbegrepen Cochereau.

Nog eens de vraag of je wel improvisaties zou moeten vastleggen. Zijn composities niet noodzakelijkerwijze doorwrochter en daardoor houdbaarder en boeiender? Dat gaat gelukkig lang niet altijd op. Er zijn immers doordachte en doorwrochte improvisaties. En dat staat de spontaniteit van het moment, zo karakteristiek voor improviseren, niet eens in de weg. Het foutje, het ongelukje, dat een trouvaille wordt en weer nieuwe wegen opent. Bij Albert de Klerk viel er eens middenin een improvisatie een partituur op de klavieren, aldus een spontaan cluster teweegbrengend, waar De Klerk dus maar vrolijk op voortborduurde! Op het niveau van de improvisaties van Mourik uit de Eustache is de kloof met composities trouwens ook niet zo gapend groot meer.

Vermeldenswaard is ook de opname; zelden hoorde ik die chamades zo helder. En ook weer prachtig: die stralende cover met de glorieuze Van den Heuvel in volle glorie. Want dit instrument lijkt met de jaren alleen maar mooier en boeiender te worden en dat geldt ook voor de improvisaties van Gerben Mourik.

Zeer aanbevolen.

Waardering: 5 uit 5.

Improvisations – Saint-Eustache Paris – Gerben Mourik

Synthèse. Improvisations sur trois thèmes de Jean-Sébastien Bach; Variations sur ‘Guten Abend, gut’ Nacht’ de Johannes Brahms; Poème mystique sur trois thèmes de Claude Debussy; Triptyque symphonique sur deux thèmes de Thierry Escaich (Prélude, Aria, Danse); Monodie; Adagietto; Suite sur le Wilhelmus er la Marseillaise (Hommage à Pierre Pincemaille)

Gerben Mourik, Van den Heuvel-orgel, église Saint-Eustache, Parijs

Vita Recordings – 202102, TT 76’35, opname 2021, booklet 32 p. (NE/EN/FR/DU), prijs € 7,50 – € 18,50 (downloads of cd) | gerbenmourik.nl