Standaart-orgel stadhuis Rotterdam gerestaureerd

orgel burgerzaal stadhuis rotterdam

Op 4 juni is het Standaart Concertorgel in de Burgerzaal van het stadhuis van Rotterdam opnieuw in gebruik genomen. Het instrument uit 1920 werd gerestaureerd door Pels & Van Leeuwen Kerkorgelbouw b.v. te ’s-Hertogenbosch.

Het orgel werd door de firma A. Standaart te Schiedam gebouwd voor het tussen 1914 en 1920 onder architectuur van Henri Evers aan de Coolsingel verrezen stadhuis. Voor de inrichting van het gebouw ontving de gemeente diverse schenkingen, een aantal daarvan, waaronder het orgel, anoniem. Pas in 2015 kon bekend worden gemaakt dat Cornelis Immig jr. het orgel (met uitzondering van de orgelkas) destijds aan de stad heeft geschonken. Het orgel (24/IIP) in de Burgerzaal was bedoeld voor muzikale opluistering van ontvangsten en ‘eerste klasse’ huwelijken.

Wijzigingen

In 1965 werden omvangrijker werkzaamheden uitgevoerd door Fonteyn & Gaal. De pneumatiek werd geëlektrificeerd en de dispositie werd gewijzigd. Ook werden windladen vervangen door nieuwe pneumatische laden. De Aeoline 8′ van het Zwelwerk maakte plaats voor een Quint 2 2/3’ en een Terts 1 3/5’. Ook werd een nieuwe Mixtuur geplaatst (waar Standaart oorspronkelijk een Gambakoor 16′ disponeerde) en onderging de Trompet 8’ klanktechnische wijzigingen.

Rond de recente eeuwwisseling werden deze ingrepen door Orgelmakerij Steendam deels teruggedraaid. De Mixtuur werd vervangen door een gelijknamig exemplaar van Standaart afkomstig uit het orgel van de Lutherse Kerk te Zwolle. Ook werd de Trompet 8’ weer in oude staat hersteld.

Restauratie

Na de omvangrijke restauratie van het Rotterdamse stadhuis in de afgelopen jaren was ook het Standaart Concertorgel toe aan technisch herstel. Als adviseur werd Aart Bergwerff bij het project betrokken. De selectie van de orgelmaker voor de werkzaamheden werd officieel aanbesteed via Bureau Aanbestedingszaken van de Gemeente Rotterdam.

Uitgangspunt voor de restauratie was technisch en klanktechnisch herstel van de bestaande situatie van Standaart (1920) en Fonteyn & Gaal (1965). De opdracht voor de restauratie werd gegund aan Pels & Van Leeuwen Kerkorgelbouw B.V. te ’s Hertogenbosch. De werkzaamheden werden in 2014 en 2015 uitgevoerd.

Tractuur en windladen

De oorspronkelijke rein-pneumatische aanleg is bij de restauratie niet gereconstrueerd, maar de in 1965 aangebrachte elektro-pneumatiek is gerespecteerd. De windladen van Fonteyn & Gaal zijn gehandhaafd en gerestaureerd, de oorspronkelijke bijladen (kegelladen) van Standaart gehandhaafd en gerestaureerd. De speeltractuur is voorzien van nieuwe contacten en bekabeling. De registertractuur was sinds de bouw nog deels pneumatisch; voor zover dat de apparaten in de speeltafel betrof, is deze nu ook geheel elektrisch gemaakt.

Windvoorziening

De windvoorziening is integraal gerestaureerd. De hoofdmagazijnbalg is van zijn oorspronkelijke plaats op de stadhuiszolder verplaatst naar een dempkist in een hoek van het orgelbalkon. De windmachine is vervangen en eveneens in een nieuwe dempkist geplaatst. Dat had tot gevolgd dat een nieuw hoofdwindkanaal moest worden gemaakt. De bestaande kanalen en regulateurbalgen zijn gerestaureerd.

Speeltafel en orgelkas

De oorspronkelijke speeltafel en speeltafelindeling zijn gehandhaafd en gerestaureerd, inclusief speelhulpen als vrije en vaste combinaties en generaal crescendo. De orgelkas is hersteld, waarbij de firma De Jongh Waardenburg zorgde voor retouchering van de kleurige afwerking van het schilderwerk. Het binnenwerk van de orgelkas en de kamer van het Zwelwerk is constructief hersteld, onder meer waar het stucwerk betrof.

Pijpwerk

Het pijpwerk is voornamelijk geconserveerd en hersteld naar de bestaande aanleg. Metalen pijpwerk is schoongemaakt, stemranden, expressions en voeten hersteld en het hangerwerk aangevuld. Het houten pijpwerk is schoongemaakt, hersteld van krimpschade en voorzien van nieuwe pakkingen. Ook de tongwerken zijn gereinigd en hersteld.

Bazuin

Het Standaart-orgel moest het sinds de bouw stellen zonder zestienvoets pedaaltongwerk. Bij de recente werkzaamheden kon het orgel worden uitgebreid met een Bazuin 16’. Hiervoor is een nieuwe windlade voor de twaalf tonen C-H gemaakt. De twaalf nieuwe pijpen zijn naar voorbeeld van de Tuba 8’ nieuw gemaakt met houten stevels en bekers. De tonen c t/m f’ zijn een transmissie uit Tuba 8′.

 


Dispositie

Manuaal C-c4
Bourdon 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Fluit harmonique 8
Viola d’Amore 8
Octaaf 4
Flûte dolce 4
Octaaf 2
Mixtuur IV
Trompet 8 bas/discant

Positief C-c4
Quintadena 16
Viool Prestant 8
Holpyp 8
Voix Celeste 8
Viola 8
Violine 4
Conzertfluit 4
Quint 2 2/3 – 1965
Woudfluit 2
Terts 1 3/5 – 1965
Basson Hobo 8

Pedaal C-f1
Contrabas 16
Subbas 16
Fluitbas 8
Bazuin 16 – 2015; c-f1 uit Tuba 8
Tuba 8

Werktuiglijke registers

Koppelingen

Manuaal – Positief
Pedaal – Manuaal
Pedaal – Positief
Octaafkoppel
Octaafkoppel Pedaal
Suboctaafkoppel Manuaal – Positief

Tremulant Positief
Vrije combinatie
Vaste combinaties PP – P – MF – FF – Tutti
Automatisch piano-pedaal
Generaal crescendo – kniezwel

 

Gegevens over de restauratie met dank aan Aart Bergwerff.

 

© 2015 foto www.orgelfoto.nl