20 september 2019

Arjen Leistra

Arjen Leistra (34) is kortgeleden benoemd tot organist van de Grote- of St. Janskerk te Schiedam. Hij treedt op 1 september in dienst en volgt André Verwoerd op, die deze orgelbank sinds 1981 bezette. Tot het einde van 2009 combineert Leistra het organistschap in Schiedam met zijn huidige functie in de Rotterdamse Hoflaankerk.

Arjen Leistra krijgt in de Grote Kerk een orgel onder handen dat Flentrop in 1975 bouwde. Het instrument telt 36 stemmen -verdeeld over hoofdwerk, rugpositief, bovenwerk en pedaal- en staat in de oude kassen: de kas van Niehoff uit 1552 en de pedaalkassen van Cools uit 1712.

Wie?

Arjen Leistra (1973) ontving zijn eerste orgellessen van Christiaan Ingelse aan de muziekschool in Delft. Ingelse bleef zijn docent tot het toelatingsexamen voor het conservatorium. Leistra volgde de orgelopleiding aan het Rotterdams conservatorium, aanvankelijk bij Arie Keijzer en later bij Ben van Oosten. Daarnaast studeerde hij kerkmuziek en orgelimprovisatie aan het Haags conservatorium bij Marijke van Klaveren en Johann Th. Lemckert. Hij nam interpretatielessen bij Marie-Claire Alain voor de werken van Bach en Alain.

Leistra is actief als concertorganist, orgeldocent en koorbegeleider en heeft vier cd’s op zijn naam staan.

In 1987 begeleidde hij zijn eerste kerkdienst in de voormalige Maranathakerk in Delft. Later dat jaar kreeg hij een aanstelling als hulporganist van deze kerk. In 1993 werd hij vaste bespeler van het Witte/Van Leeuwenorgel in de Rotterdamse Prinsekerk. In 1996 volgde een benoeming tot cantor-organist van de Hoflaankerk te Rotterdam-Kralingen. In juni van dat jaar won hij de tweede prijs in de ”International Organcompetition” te Dublin.

1. Bent u benoemd als organist of als cantor-organist?

”In eerste instantie als organist. Misschien verandert dit nog.”

2. Welk type musicus zochten de Schiedammers?

”De gemeente van de Grote Kerk vergrijst. De mensen zochten dan ook een jonge musicus die nieuwe initiatieven ontplooit, een frisse wind laat waaien. Daar ga ik voor. Er moet weer goede kerkmuziek gaan klinken. Niet alleen orgelmuziek, ook zangers en instrumentalisten dienen aan bod te komen.”

3. Hoeveel kandidaten dongen mee naar de post in Schiedam?

”Veertien mensen, heb ik gehoord.”

4. Blij met de benoeming?

”Het afgelopen jaar heb ik in Schiedam enkele malen geconcerteerd en koren begeleid. Wat me er direct trof, was de imposante historische ruimte, de gebrandschilderde ramen, de goede akoestiek en natuurlijk het mooie orgel dat er hangt. Er hing een welkome sfeer, ik voelde mij er snel thuis.

Toen een vriend mij de advertentie met de vacature gaf, die in het Orgel stond, heb ik direct gesolliciteerd.

Overigens moest ik best wennen toen de benoeming een feit was. Ik ben inmiddels twaalf jaar aan de Hoflaankerk verbonden en heb het er nog prima naar mijn zin. In de afgelopen periode moest ik veel opbouwen. Die wens leefde ook bij de gemeente. Ik heb een cantorij opgestart en heb met behulp van de concertcommissie de concertpraktijk nieuw leven in geblazen. De inspanningen hadden succes. Zo kwamen op het Koninginnedagconcert op 30 april bijvoorbeeld 160 bezoekers af. De nieuwjaarsconcerten met een Bachprogramma trekken gemiddeld 130 mensen. Daar ben ik best blij mee.”

5. Waarom gesolliciteerd als het zo goed toeven is in de Hoflaankerk?

”Ik ben toe aan een nieuwe uitdaging in een grote stadskerk met een ander orgel. Ik kies bewust voor een andere werkplek in Rotterdam of omgeving, want daar vinden mijn meeste activiteiten plaats, orgel- en koorconcerten, en mijn lespraktijk met 30 tot 35 orgelleerlingen.”

6. Welke indruk heeft u van het Flentroporgel?

”Het instrument van Flentrop telt meer stemmen en verschilt qua stijl van het drieklaviers Van Vulpenorgel (1966) in de Hoflaankerk. Het laatste is modern en bezit een strakke windvoorziening en een flitsend toucher. Schiedam stamt weliswaar ook uit de twintigste eeuw, maar Flentrop heeft mede vanwege de Niehoffkas willen aansluiten bij de Oudhollandse stijl. Het instrument lijkt me een vrije interpretatie van een Oudhollands stadsorgel. Dit komt onder meer tot uiting in de mensuren, het hoge loodgehalte van de pijpen, de flexibele windvoorziening, een zangerige, brede klank en ook in de registerkeuze. Zo zit op het bovenwerk het beroemde Oudhollandse registertrio Vox Humana, Quintadeen en Baarpijp en bezit het instrument een Cornet.”

7. Op uw cd ”Arjen Leistra live in concert” speelt u op het neo-barokke Van Vulpenorgel in de Hoflaankerk onder meer Guilmant. U gaat in Schiedam ook een breed repertoire op de lessenaar zetten?

”Ja, naar mijn gevoel kun je op het Flentroporgel veel verschillende muziekstijlen kwijt. Ieder instrument kent een bepaalde vertaalmarge. Ik zoek graag de grenzen op vanuit een gezond muzikaal begrip. In de Hoflaankerk lag de grens onder andere bij Guilmant. Franck en Vierne zijn er moeilijker te realiseren.”

8. In 1994 maakte de Werckmeister III-stemming in Schiedam plaats voor een gelijkzwevende stemming. Bent u daar rouwig om?

”Nee, hoewel het orgel in de oude kas staat, heb je toch met een twintigste-eeuws instrument te maken. Dankzij de gelijkzwevende stemming zijn de mogelijkheden voor de concertpraktijk enorm toegenomen.”

9. Beïnvloedt een orgel het spel van de bespeler?

”Jazeker! Het Van Vulpenorgel is een uitstekend studie-instrument met een gevaarlijk toucher. Bijzonder geschikt voor het fijn slijpen van de speeltechniek en het ontwikkelen van virtuositeit. Mogelijk dragen de zangerige klank en de ademende windvoorziening van het Schiedamse orgel weer op een andere manier bij aan de ontwikkeling van mijn orgelspel.”

10. Wat voor type speler bent u?

”Dat oordeel is eigenlijk aan anderen. Ik ben perfectionistisch ingesteld. Bij het instuderen van orgelwerken duik ik zover in de materie dat ik een idee krijg wat de componist heeft willen zeggen met zijn muziek. Bij een cd-project, zoals mijn laatste Schumann-cd, verdiep ik mij ook in de persoon van de componist door veel over hem te lezen. Verder probeer ik in mijn spel mooi en helder te fraseren en te registreren. Bij een concert ga ik, met de in het studieproces vergaarde bagage, juist heel intuïtief te werk. Belangrijk vind ik dat mijn orgelspel iets doet met het publiek. Het emotionele aspect, dat wat je raakt in een stuk, moet overkomen bij de luisteraar. Dat voel ik wel als een missie.” [GERT DE LOOZE]

© 2008 www.orgelnieuws.nl

© 2008 fotografie www.arjenleistra.nl

X