22 september 2019

Bach in Parijs [RECENSIE]

Het fenomeen ‘Bach-orgel’ mag zich de laatste tijd in een groeiende belangstelling verheugen. Diverse prestigieuze orgelbouwprojecten worden voorzien van het predikaat ‘Bach’, waarmee in ieder geval de media-aandacht verzekerd is en potentiële geldschieters zich makkelijker over de streep laten trekken. Interessant zijn de verschillende uitgangspunten: het ene orgel is geïnspireerd op Silbermann, het andere op diens leerling Hildebrandt terwijl sommige experts menen dat Noord-Duitse, op Schnitger georiënteerde orgels hét ideale medium voor Bachs orgelwerken zijn. Sinds 2004 heeft Parijs ook een ‘Bach’-orgel, geïnspireerd op het orgel van de Wenzelskirche in Naumburg. Het staat in de parochiekerk Saint-Louis-en-Île, op een steenworp afstand van de Notre-Dame. Margaret Phillips nam er twee Bachcd’s op.

Het in 2004 door Bernard Aubertin voltooide orgel is geïnspireerd op het Hildebrandt-orgel in de Wenzelskirche te Naumburg, met enkele toevoegingen in Noord-Duitse barokstijl. Bach zelf had Zacharias Hildebrandt (en niet Silbermann…) aanbevolen in Naumburg en heeft zijn stempel kunnen drukken op het concept. Het orgel werd in 1746 gekeurd door Bach en Silbermann. Aubertin realiseerde in Parijs een orgel met 51 stemmen verdeeld over drie klavieren en pedaal. De dispositie overziende vallen allereerst de Franse registernamen op. Verder wijkt de dispositie van het rugwerk nogal af van het voorbeeld in Naumburg. Het derde klavier is in Parijs als ‘unterwerk’ uitgevoerd en niet als ‘oberwerk’ zoals in Naumburg.

Het voorbeeld is dus bepaald niet slaafs nagevolgd, zoals ook uit het front blijkt. De behoorlijk gepolijste klank doet ook niet direct aan Naumburg denken. Wezenlijke kenmerken als een levendige wind en aanspraakkarakteristieken zijn bewust of onbewust teveel naar de achtergrond verdrongen. Daardoor is de totaalklank minder boeiend dan die van het voorbeeld in Naumburg. Niettemin is het Aubertin-orgel een welluidend instrument waarop je heel goed Bach kwijt kunt, zoals uit deze dubbelcd blijkt. Afgaand op de tamelijk directe opname lijkt het orgel bij plenumregistraties aan de luide kant voor deze kerk.

De Britse organiste Margaret Phillips is als docent verbonden aan het Royal College of Music in London en concerteert over de hele wereld. De kern van de twee Bachsschijfjes wordt gevormd door het complete Orgelbüchlein. Ze volgt de indeling van het kerkelijk jaar, waarbij ieder blokje wordt afgesloten met een vrij werk (o.m. Preludium und Fuge A-Dur BWV 536, C-Dur BWV 531, e-moll BWV 533; de Allabreve en de Canzona). Het spel van Phillips sluit op de klank aan: haar spel is verzorgd, maar weinig gedurfd. Alle noten staan op hun plek, maar een wereld achter de noten valt slechts af en toe in de verte waar te nemen. Haar registraties zijn zelden verrassend. Hetzelfde geldt voor de toelichtingen in het eenvoudig vormgegeven booklet: bij ieder werk wordt in hooguit enkele regels een analyse van de gespeelde werken gegeven, waar je als lezer en luisteraar weinig wijzer van wordt.

Het Aubertin-orgel zal met zijn onfranse geluid vast en zeker een plek weten te veroveren in de boeiende orgelstad Parijs. Met Benjamin Alard, die in 2005 benoemd is tot titularis, heeft men een begaafde jonge organist in huis, die in staat is om dit orgel internationaal op de kaart te zetten. Het feit dat een gerenommeerde Engelse organiste dit orgel heeft uitverkoren voor een Bachopname is evenzeer veelzeggend. Ondanks haar ietwat kleurloze spel is het toch interessant om kennis te nemen van deze dubbelcd.

 


J.S. Bach Orgelbüchlein

Margaret Phillips Saint-Louis-en-l’Île, Paris

Regent Records – REGCD 254, 2cd, TT 58:49 (cd1) en 59:38 (cd2), booklet 20 pagina’s (E), € 17,50

 

Muzikale interpretatie * * *

Programmakeuze * * * *

Keuze van het instrument * * * *

Kwaliteit van de opname * * * *

Informatie in het boeklet * * *

Grafische vormgeving (cd en boekje) * *

 

X