19 juli 2018

Bussum neemt Steinmeyer-orgel in gebruik

Op zondag 30 september is het Steinmeyer-orgel in de Koepelkerk te Bussum ingewijd. Het instrument uit 1923 is dit jaar gerestaureerd en overgeplaatst vanuit de H. Clemenskerk te Hilversum. Op zaterdag 6 oktober wordt het orgel gepresenteerd met een inauguratieconcert door Ton Koopman en Ton van Eck.
De Koepelkerk of Mariakerk (officieel Kerk van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand) dateert uit 1921 en werd gebouwd naar neo-byzantijns ontwerp van J.Th.H. en P.J.J.M. Cuypers. De kerk kreeg in 1934 de beschikking over een tweeklaviers pneumatisch orgel dat door de firma Pels & Zn. als opus 99 werd geplaatst in twee kassen ter weerzijde van de koorzolder. Van dit instrument zijn nog slechts de kassen en het frontpijpwerk aanwezig. Het binnenwerk is weggehaald toen op de begane grond in een van de armen van de kruiskerk een elektronisch orgel van de firma Heyligers in een orgelkast met pijpenfront werd geplaatst.

Hilversums orgel naar Bussum
In 2011 kon de Bussumse parochie de beschikking krijgen over het Steinmeyer-orgel uit de H. Clemens Maria Hofbauerkerk (kortweg Clemenskerk) te Hilversum. Dit kerkgebouw was in 1996 aan de eredienst onttrokken. In 2010 vond het Bisdom Haarlem-Amsterdam in de Nationale Maatschappij tot behoud, ontwikkeling en exploitatie van industrieel erfgoed BOEi een nieuwe eigenaar die het gebouw laat restaureren en zal herbestemmen voor culturele en maatschappelijke doeleinden. Het orgel, evenals de kerk een rijksmonument, bleef echter eigendom van het bisdom dat voor het instrument al langere tijd een nieuwe liturgische functie zocht. Uiteindelijk bleek de Koepelkerk in Bussum de meest geschikte locatie voor het instrument vanwege de monumentale status, afmeting, stijl en akoestiek van het kerkgebouw. Daarnaast kon het orgel binnen de regio blijven. Adema’s Kerkorgelbouw te Hillegom kreeg de opdracht het orgel in november 2011 te demonteren. In januari 2012 volgde ook de opdracht het orgel te te restaureren en in Bussum te plaatsen.

Bouw van het Steinmeyer-orgel
In 1922 werd aan de firma G.F. Steinmeyer & Co. in Öttingen (D) opdracht gegeven voor de bouw van een orgel voor de kort daarvoor door Jos. Cuypers uitgebreide Clemenskerk. De kerk was in 1914 gebouwd naar ontwerp van architect Jan van Gils. Het orgel moest een plaats krijgen op de koorzolder onder het rozetraam van het verlengde schip van de oorspronkelijke kruiskerk. het bestuur van de Clemensparochie liet zich hierbij adviseren door de Nederlandsche Klokken- en Orgelraad (NKO) die al eerder betrokken was bij de bouw van het Steinmeyer-orgel in de Hervormde Adventkerk in Alphen aan den Rijn.

Aanvankelijk vroeg de NKO een offerte voor een orgel met 15 registers over twee klavieren en pedaal waarvoor in juli 1922 door de parochie opdracht werd gegeven. Nadien zou de voorgestelde dispositie nog op een aantal punten wijzigen waardoor een orgel ontstond met 19 registers. Het orgel, dat opusnummer 1350 meekreeg, werd voorzien van pneumatische tractuur met taschenladen (systeem-Witzig). Het front en het metalen binnenpijpwerk tot circa tweevoets-hoogte werd vervaardigd uit zink, het kleinere metalen pijpwerk uit spotted metaal, de hoogste octaven van de strijkers uit tin of in hoog tingehalte.

In januari 1923 was het orgel klaar in de werkplaats van Steinmeyer. Het zou nog tot half mei van dat jaar duren voor het orgel in de kerk kon worden opgebouwd: de treinwagon met de orgeldelen bleef steken in het na de Eerste Wereldoorlog gedemilitariseerde Ruhrgebied dat door de Fransen was bezet. Pas nadat Frankrijk er op diplomatiek niveau van overtuigd werd dat het orgel inmiddels Nederlands bezit was, werd de wagon met orgeldelen vrijgegeven. Op 14 oktober krijgt Steinmeyer bericht van pastoor Van Ditzhuyzen van de Clemenskerk dat het orgel is gearriveerd, waarna de opbouw spoedig ter hand wordt genomen. Nog tijdens de bouw constateert orgelmaker Hans Steinmeyer dat de pedaaldispositie voor de kerkruimte eigenlijk te klein is en er wordt opdracht gegeven om een houten Violon 16’ van 30 tonen op een extra lade met eigen relais toe te voegen. Voor de inschakeling van het register wordt een afzonderlijk trekknopje in de speeltafel aangebracht. Het orgel wordt op 10 juni 1923 ingewijd tijdens een plechtig Lof, waarna het orgel door Kees Andriessen wordt ingespeeld tijdens een concert.

Het orgel is sinds de bouw, als enige van de in Nederland geplaatste orgels van Steinmeyer, ongewijzigd gebleven.

Restauratie, overplaatsing en uitbreiding
Dankzij de inspanningen van de gemeente Hilversum (in de persoon van Arie den Dikken als beleidsmedewerker monumentenzorg), de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) en BOEi bleek het mogelijk om het orgel met de reeds voor de Hilversumse situatie toegekende subsidie te restaureren en in Bussum te plaatsen. Onder advies van Dr. Ton van Eck werd het werk uitgevoerd door Adema’s Kerkorgelbouw. Het orgel werd geheel schoongemaakt en nagezien. De windladen zijn nagezien op scheurvorming en hersteld. De Taschen zijn opnieuw bevestigd en waar nodig van nieuw leer voorzien. De pneumatische apparatuur van de speeltafel werd geheel nagezien en waar nodig hersteld. Klavieren werden gerestaureerd. Het pijpwerk werd gereinigd en hersteld. De perenhouten bovenlabia van de Violon waren deels aangetast door houtworm en moesten van enkele pijpen worden vervangen. Het zinken frontpijpwerk werd opnieuw gespoten. De windmotor uit 1923 werd vervangen door een nieuwe en werd in een geluiddempende kist in de onderkast geplaatst.

Mede op aangeven van Prof. Dr. Ton Koopman, woonachtig in de parochie in Bussum en lid van het comité van aanbeveling van de Stichting Vrienden Steinmeyer-orgel Koepelkerk Bussum, werd het relatief gering bezette pedaal uitgebreid met een Bazuin 16’. Het register werd geplaats op een nieuwe eiken Taschen-lade, een kopie van de Violon-lade. Het pijpwerk werd nieuw gemaakt als kopie van het gelijknamig register uit het Steinmeyer-orgel (1924) van de voormalige Gereformeerde Kerk te Terneuzen. Dit orgel, van vrijwel dezelfde grootte en dispositie, ligt sinds de jaren 80 opgeslagen bij een particulier. In de Hilversumse situatie vormde de westwand van de kerk de achterwand van het orgel. Omdat er voor Bussum een nieuwe achterwand moest worden gemaakt, kon de orgelkast eenvoudig worden uitgebreid om plaats te bieden aan de Bazuin. Voor de inschakeling werd naast de Violon-knop eenzelfde trekknopje aangebracht. Het bleek nog mogelijk de Bazuin op te nemen in het generaal crescendo. In de laatste stap van de pneumatische registerzweller bleek in de oude situatie de Celeste van Manuaal II te worden toegevoegd, in plaats daarvan is nu de Bazuin aangesloten.

Omdat het orgel in de nieuwe situatie op de begane grond dicht bij de toehoorders nogal opdringerig was, is in overleg met de orgeldeskundige van de RCE, Rudi van Straten, besloten de winddruk iets te verlagen naar 110 mm waterkolom. De intonatie werd nagezien en slechts waar nodig gecorrigeerd.

Inwijding en inauguratieconcert
Op zondag 30 september werd het orgel tijdens de hoogmis ingezegend door Mgr. J. Hendriks, hulpbisschop van het Bisdom Haarlem-Amsterdam.

Op zaterdag 6 oktober vindt een inauguratieconcert plaats waarbij het orgel zal worden bespeeld door Ton Koopman en Ton van Eck. Op het programma staat werk van Bach, Couperin, Brahms, Karg-Elert, Hoyer en Reger. Directeur Ronald van Baekel van de firma Adema zal een toelichting op het instrument en de restauratie geven.

Het concert begint om 20.00 uur. De toegang bedraagt € 10.

 

Dispositie

Manuaal I C-g3
Prestant 8 – C-e1 in front
Viola di Gamba 8
Gemshoorn 8
Holpijp 8 – C-H grenen open, rest metaal open, af c1 overblazend
Octaaf 4
Mixtuur 2 (III-IV)
Trompet 8 – Duitse factuur, Franse kelen en lepels

Manuaal II C-g3 – uitgebouwd tot g4
Bourdon 16 – C-g3 grenen, gedekt; rest spotted, open
Vioolprestant 8
Salicionaal 8
Celeste 8 – C-H uit Salcionaal
Gedekt 8 – C-c#2 grenen gedekt; rest metaal, vanaf b2 open
Traversfluit 4 – vanaf c1 overblazend
Piccolo 2 – conisch; tot en met g3
Sexquialter 2 2/3 (II) – tot en met g3
Hobo 8 – Duitse factuur

Pedaal C-f1
Violon 16 – grenen, open
Subbas 16 grenen
Gedekt 16 – transmissie van Manuaal II
Octaafbas 8 – geheel in front
Bazuin 16 – 2012, Duitse factuur, lepels beleerd, grenen stevels, zinken bekers volle lengte

Werktuiglijke registers

Registerdrukkers
Pedaal-Koppeling I
Pedaal-Koppeling II
Klavier-Koppel
Suboctaaf Koppeling II – I
Superoctaaf Koppeling II – I
Superoctaaf Koppeling II

Pistons
Vaste combinaties MF-F-Tutti
Oplosser
Afsluiter handregisters
Afsluiter crescendo
Piano-Pedaal
Tremulo II

Treden
Zweltrede Manuaal II – basculetrede
Registercrescendo – wals

Samenstelling vulstemmen

Mixtuur III-IV
C : 2 – 1 1/3 – 1
f0: 2 2/3 – 2 – 1 1/3 – 1
f1: 4 – 2 2/3 – 2 – 1 1/3
f2: 5 1/3 – 4 – 2 2/3 -2

Sexquialter II
C: 2 2/3 – 1 3/5

Winddruk: 110 mm wk
Toonhoogte: a = 435 Hz
Stemming: evenredig zwevend

 

 

© 2012 fotografie www.gerardvanbetlehem.nl

X