21 juli 2019

Buxtehude met Vogel: nog steeds toonaangevend *****

In het kader van het Buxtehudejaar 2007 wordt de cd-markt rijkelijk voorzien van Buxtehude-opnamen, zowel nieuwe releases als heruitgaven van oudere producties. De consument kan kiezen uit integrales en geselecteerde programma’s, uit opnamen op historische instrumenten of op orgels van recenter datum.

Enkele voorbeelden: Bernard Foccroule op het label Ricercar (5 cd’s met o.a. Martini Groningen, Norden, Hoogstraten), Olivier Vernet op Ligia (ook 5 cd’s, o.a. Vichy en Viry-Chatillon), Bine Bryndorf op DaCapo (5 SACD’s, o.a. Helsingborg en Jacobi Hamburg), de Naxos-serie (5 verschillende organisten waaronder Wolfgang Rübsam en Craig Cramer), Ernst-Erich Stender op Ornament (6 cd’s). Oude(re) opnamen die opnieuw verkrijgbaar zijn: René Saorgin op HMF (o.a. Zwolle en Alkmaar, opnamen uit 1967-1970) en Walter Kraft op VoxBox (6 cd’s vanuit Marienkirche Lübeck, 1957). Ik kocht enkele maanden geleden nog de complete Buxtehude door Ulrik Spang-Hanssen (6 cd’s, o.a. Noordbroek en Roskilde), maar die schijnt inmiddels uitverkocht te zijn. En laten we niet vergeten dat Ton Koopman inmiddels ook bezig is met het uitbrengen van een integrale op Challenge.

In de jaren 1984 tot 1993 realiseerde Harald Vogel een integrale opname van de orgelwerken van Buxtehude op 7 cd’s, die destijds veel bewondering en waardering oogstte. Een 10 in Luister was slechts één van de onderscheidingen die de opname destijds ten deel vielen. Ook deze spraakmakende cd-set is nu weer verkrijgbaar.

Destijds was het pionierswerk, de manier waarop Vogel met Buxtehude omging. Vanuit een grondige studie van bronnen en een intensieve omgang met historische instrumenten kwam Vogel met allerlei zaken waar menigeen nog nooit van gehoord had: consortregistraties, manuaalspel op plekken die vanuit de traditionele uitgaven altijd pedaliter werden gespeeld, verrassende versieringen en manuaalwisselingen. Wanneer we die opnamen nu weer beluisteren, is de sensatie van iets ongehoords er niet meer: inmiddels zijn er al zoveel cd’s van oude-muziek-specialisten op historische orgels verschenen dat we ons niet meer zo snel laten verrassen. Gedateerd klinken de cd’s echter allerminst: ik ervaar ze althans nog steeds als fris en up-to-date, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de twintig jaar oudere opnamen van Saorgin. Nee, wat mij betreft is deze integrale nog immer een referentie-uitvoering.

Het drietalige cd-boekje (nou ja, met 163 pagina’s mag dat boekje best boek heten) bevat per cd een levendige en leesbare programmatoelichting, met historische achtergronden en opmerkingen over de gebruikte registraties. Daarnaast levert Vogel een exposé over de veranderende orgelstemming ten tijde van Buxtehude. Vooral op basis van het onderzoek van Kerala J. Snyder concludeert Vogel dat het orgeloeuvre van Buxtehude kan worden onderverdeeld in een periode (vóór 1683) waarin de componist uitging van een aan middentoon verwante stemming en een periode waarin de “wohltemperierte” stemming het uitgangspunt was bij het componeren. Stukken uit de eerstgenoemde periode zijn probleemloos uitvoerbaar op een orgel met “wohltemperierte” stemming, maar omgekeerd gaat ’t mis! Op basis van deze overwegingen speelt Vogel verschillende Buxtehude-praeludia in andere toonsoorten dan we gewend zijn. In Langwarden klinkt bijvoorbeeld de fis moll (BuxWV 146) in een versie in g. In Basedow horen we BuxWV 151 in G en niet in A, BuxWV 141 in C in plaats van E. Dat laatste natuurlijk naar analogie van Bachs jeugdwerk BWV 566, waarvan versies in E en C bewaard zijn gebleven.

CD 1 is opgenomen op het kleine orgel van de St. Jakobi in Lübeck en op het fameuze Schnitger-orgel in Norden. Echo-effecten tussen rugwerk en borstwerk, met afwisselend regalen en fluiten, maken “Nun lob, mein Seel, den Herren” (BuxWV 212) tot een boeiend betoog.

De karakteristieke stemming van het orgel in de St. Cosmae in Stade (CD 2) zorgt al snel voor wat kruidige klanken, zelfs al wanneer de muziek vanuit C dur (BuxWV 137) even afdwaalt naar een andere toonsoort. Op CD 3 horen we het Schnitger-orgel in Grasberg. Opmerkelijk is de uitvoering van de Ciacona in e, waarin Vogel de sopraan uitkomend speelt, om in de volgende variatie dit als een soort echo te herhalen op één manuaal. In Gut Damp staat het Wiese-orgel in de centrale ruimte van een adellijk huis, een soort “state”. Huiskamerakoestiek maakt alle details van spel en klank verstaanbaar: bij Vogel is dat een genoegen. Met CD 4 zijn we in eigen land: Noordbroek en Der Aa-kerk Groningen. Is het chauvinisme als we daarvan genieten? Dacht ’t niet: het zijn gewoon fantastische orgels!

Op CD 5 komen liefst vijf orgels voorbij: Pilsum, Buttforde, Langwarden, Basedow en Groß Eichsen: allemaal orgels waarvan de originele frontpijpen bewaard zijn gebleven. En daarmee begint Vogel zijn programma dan ook: steeds horen we als eerste de Prinzipal. Eerlijk gezegd vind ik zo’n Praeludium fis moll (hier in Langwarden gespeeld in g moll) ook veel mooier met een enkele prestant dan in een grote plenumklank. Het programma van CD 5 is zodanig samengesteld dat maar liefst 18 originele fluitregisters uit de tweede helft van de 17e eeuw te horen zijn: zo wordt het een staalkaart van kleine registercombinaties. Schitterend! In Buttforde meende ik getreden wind te herkennen. De werkelijkheid is anders: Vogel vertelt in de toelichting dat er zoveel windverlies optrad dat hoge registers niet gebruikt konden worden, maar dat het windverlies de muzikale werking van een “levende wind” nog versterkt. ’t Kan verkeren…

CD 6 brengt ons noordwaarts, naar Roskilde, Helsingor en Torrlösa. Vanuit Roskilde zijn de laatste jaren diverse opnames verschenen. Buxtehude was van 1660 tot 1667 organist van de Sct. Mariae Kirke in Helsingor. Inwendig is dat orgel diverse malen verbouwd en vernieuwd. Wat nog rest van het Lorentz-Fritsche-orgel zoals Buxtehude dat gekend heeft, zijn de orgelkast en de frontpijpen van het rugwerk. En die pijpen krijgen we dan ook te horen, in de Fuga in G (BuxWV 175). In 1658-1659 was Buxtehude organist van de Marienkirche in Helsingborg. Dit orgel staat nu, sterk gewijzigd, in Torrlösa. Zoveel mogelijk gebruik makend van het oude pijpmateriaal speelt Vogel hier vier korte werken.

Op de laatste cd horen we het imposante orgel van de St. Jacobi in Hamburg, waarin nog zeer veel pijpwerk van vóór 1700 bewaard is gebleven. Na de restauratie/reconstructie door Jürgen Ahrend (1989-1993) ziet het er als nieuw uit, maar er klinkt dus nog veel ouds. Met 60 registers op vier manualen en pedaal is het Hamburgse orgel een ideaal voertuig voor de grote koraalfantasie “Nun freut euch, lieben Christen g’mein” en het monumentale Te Deum. Wat een klankenweelde! Vanwege de stemming is het bekende Praeludium in D (BuxWV 139) hier getransponeerd naar C. Magistraal is de plenumklank, wonderschoon de afzonderlijke registers. Vogel registreert heel creatief. Wat te denken van Vers 1 uit “Danket dem Herren”, met de Nachthorn 2’ als bescheiden solostem en het tongwerk Bährpfeife 8’ van het rugwerk als begeleiding?

De speelwijze van Vogel is beheerst en voornaam: een heer aan het orgel. Er gaat rust en grandeur uit van zijn spel: dat doet weldadig aan. Buxtehude-interpretaties lopen vaak sterk uiteen, van hectisch-grillig tot strak-en-snel. Vogel speelt verzorgd, maar zeker niet saai. Eén luisterproefje met Canzona in G vanuit Pilsum is voldoende om te illustreren hoe fijnzinnig Vogel met Buxtehude omgaat, met een subtiel gedoseerde expressiviteit. De feestelijke Fuga in C (BuxWV 174) wordt in deze benadering geen uitbundige springpartij, maar blijft een chique stijldans. Het zijn niet de grillen van de speler waardoor je op het puntje van je stoel terecht komt, maar je komt daar wél terecht: daar zorgt de klankschoonheid van de bespeelde orgels wel voor.

Vanwege de uitstekende documentatie kan deze cd-set worden beschouwd als een naslagwerk voor elke organist die Buxtehude op de lessenaar wil zetten. Aanbevolen! [DICK SANDERMAN]

 


Dieterich Buxtehude (1637-1707) – Sämtliche Orgelwerke

Harald Vogel – Orgels in Lübeck, Norden, Stade, Weener, Grasberg, Damp, Noordbroek, Groningen, Pilsum, Buttforde, Langwarden, Basedow, Groß Eichsen, Roskilde, Helsingör, Torrlösa en Hamburg

Label/nummer: MDG 314.14383 (7 cd’s)
Speelduur: 69’38”, 60’42”, 61’22”, 68’45”, 77’10”, 70’53”, 76’15”
Documentatie: 163 + 31 pagina’s (Engels, Frans, Duits)
Prijs: € 59,00

Muzikale interpretatie: * * * * *
Programmakeuze: * * * * *
Keuze van het instrument: * * * * *
Kwaliteit van de opname: * * * *
Informatie in het booklet: * * * * *
Grafische vormgeving: * * * *

 

 

X