Gerestaureerd Steenkuyl-orgel Arminius Rotterdam weer in gebruik

Steenkuyl-orgel Remonstrantse Kerk Arminius Rotterdam

Na vijf jaar stilzwijgen wordt het Steenkuyl-orgel in de Arminiuskerk van de Remonstrantse Gemeente Rotterdam op zondag 11 september weer in gebruik genomen. Het instrument uit 1898 werd in het afgelopen jaar gerestaureerd door Kerkorgelbouw Pels & Van Leeuwen te ’s-Hertogenbosch. 

Het orgel in de Remonstrantse Kerk (sinds een aantal jaren congres- en debatcentrum Arminius) te Rotterdam werd in 1898 gebouwd door de firma D.G. Steenkuyl te Amsterdam. De orgelkas werd, evenals de kort daarvoor opgeleverde kerk, ontworpen door de architecten Henri Evers en Jacobus Pieter Stok. Het in Overgangsarchitectuur (tussen neostijlen en Jugendstil) opgetrokken kerkgebouw werd luxe uitgevoerd materiaal van hoge kwaliteit.

Zo ook het orgel. Het kreeg 24 registers verdeeld over Hoofdwerk, Zwelwerk en Pedaal. De speeltafel werd ‘en terrasse’ uitgevoerd en de tractuur van het Hoofdwerk werd voorzien van een barkermachine. Voor de orgelkas werd teak gebruikt. De ingebruikname vond plaats op zondag 3 juli 1898.

Gaaf
Het relatief gaaf bewaarde ensemble van kerk en orgel in Arminius is bijzonder te noemen. Niet in de laatste plaats voor de stad Rotterdam, waar vergelijkbare kerken uit die periode de Tweede Wereldoorlog niet overleefden, of in de jaren zeventig aan de slopershamer ten prooi vielen, zoals de Wilhelminakerk en de Koninginnekerk, beide eveneens met orgels van Steenkuyl.

Recourt
In 1932 werd het orgel uitgebreid door Steenkuyls opvolger Arie Recourt. Het Pedaal werd uitgebreid met een Bourdon 16’ (als transmissie van de bestaande Hoofdwerk-Bourdon) en een Violoncel 8 (waaruit C-H werd gecombineerd met de Viola 8 van het Hoofdwerk).

Het Zwelwerk werd op pneumatische laden uitgebreid met een Quintadeen 8, Basson-Hobo 8,  Nazard 2 2/3 en een Sexquialter (zijnde een tegelijk met de Nazard ingeschakelde Terts 1 3/5). De Gemshoorn 8 van het Zwelwerk werd als 4 voet verplaatst naar een nieuwe, pneumatische bijlade van het Hoofdwerk. Op de vrijgekomen plaats kwam een Voix Céleste 8 vanaf c0.

Recourt voegde nog een aantal schokbrekers toe aan de windvoorzieningen en verrichtte werkzaamheden aan de zwelkast. Van enkele strijkers en de Piccolo 2 werd de intonatie sterker gemaakt. Voor de pedaalkoppels werden voettreden aangebracht in plaats van de oorspronkelijke registertrekkers.

Leeflang
In 1957 werd het orgel opnieuw gewijzigd, nu door de firma Ernst Leeflang. Het kerkgebouw was inmiddels hersteld van oorlogsschade, maar de combinatie vorst en verwarming had het orgel geen goed gedaan. Leeflang restaureerde de windladen, maakte de balgen en kanalen winddicht en restaureerde de barkermachine, naast enkele andere herstelwerkzaamheden.

De Nazard van Recourt werd vervangen door een nieuw exemplaar en de Piccolo 2 door een Octaaf 2. Aan de dispositie werd op het Zwelwerk een Scherp III-IV toegevoegd. Het oude Nazard-pijpwerk werd gebruik om het tertskoor van de Sesquialter een wijdere mensurering te geven. Om de wijzigingen te realiseren werden enkele registers van plaats gewisseld.

Op het Hoofdwerk werd het 5 1/3-koor uit de Mixtuur verwijderd en in het orgel opgeslagen. De Gemshoorn 4 en de Viola di Gamba 8 wisselden van plaats, zodat de Gemshoorn nu op de hoofdwerklade kwam te staan en de Viola op de pneumatische lade

Ook voor de manuaalkoppel werd nu een voettrede aangebracht.

Verdere werkzaamheden
In 1978 werd het orgel door de firma J.L. van den Heuvel te Dordrecht schoongemaakt en hersteld. Ook plaatsen zij het 5 1/3-koor in de Mixtuur terug. In 2009 werd door dezelfde firma de windmotor vervangen.

Restauratie
Nadat het orgel rond 2010 en matige staat kwam te verkeren, raakte het al spoedig geheel onbespeelbaar. In 2013 werd een restauratiecommissie in het leven geroepen die Henk Verhoef aanstelde als orgeladviseur. Op basis van zijn rapport en restauratieplan resulteerde het aansluitende offertetraject in de opdracht aan de firma Pels & Van Leeuwen Kerkorgelbouw te ’s-Hertogenbosch om het orgel intergraal te restaureren. In 2015 kon de restauratie van start gaan.

Situatie 1898+
Uitgangspunt bij de werkzaamheden was herstel van de situatie van 1898 met behoud van waardevolle elementen van later datum. Waar de uitbreidingen in het verleden als belemmerend voor storingsvrij functioneren werd gezien (veel ruimtebeperkende laden), diende dat nu zoveel mogelijk te worden vermeden. Besloten werd om twee pneumatische laden van Recourt te handhaven: de laden van de Viola di Gamba / Violoncello en de lade van de Basson-Hobo van het Zwelwerk. Ook de door Recourt in 1932 tot transmissielade verbouwde Bourdon-lade werd als zodanig behouden.

Behalve de gehandhaafde Gemshoorn 4 werd alle pijpwerk uit 1898 weer op zijn oorspronkelijke plaats gezet. Op de plaats van de niet gereconstrueerde Gemshoorn 8 van het Zwelwerk bleven de Nasard 2 2/3 en Terts 1 3/5 op vernieuwde, afzonderlijke slepen en stokken. Voor de Terts werd pijpwerk gebruikt uit de vervallen Octaaf 2 en Scherp van Leeflang. De Piccolo 2 werd gereconstrueerd naar voorbeeld van het Steenkuyl-orgel (1897) in de Keizersgrachtkerk te Amsterdam.

De Violoncello 8 van het Pedaal werd gewijzigd in een volledige transmissie van de Viola di Gamba 8 van het Hoofdwerk. Hiervoor werd de pneumatische Gemshoorn-lade (1932), die sinds 1957 als Viola di Gamba-lade werd gebruikt, gedeeltelijk (C-f1) aangepast tot transmissielade. C-H uit 1932 bleven gehandhaafd.

De windladen werden geheel gerestaureerd, de windvoorziening hersteld en de tremulant gerestaureerd. Ook de tractuur werd hersteld, waarbij de barkermachine een van de bewerkelijkste onderdelen was. De vrijstaande, uit teak vervaardigde speeltafel werd gerestaureerd. De vijf registerknopjes die Recourt in 1932 op de plaats van het firmaschild boven het tweede manuaal aanbracht kwamen te vervallen. Het firmaschild ‘STEENKUYL & RECOURT’, wat sinds 1932 op de lijst onder het eerste manuaal prijkte, kwam ervoor in de plaats. De registerindeling werd met enkele kleine wijzigingen aangepast aan de logica van de huidige dispositie. De porseleinen registerschildjes op de registerknoppen (deels vervaagde exemplaren uit 1898 en 1932/1957) werden integraal en in stijl vernieuwd. De oude schildjes bleven bij het orgel bewaard.

De restauratie omvatte verder schoonmaak en herstel van (front) pijpwerk en orgelkas. Voor de intonatie werd het bestaande klankbeeld als vertrekpunt genomen.

Ingebruikname
Op zondag 11 september wordt het orgel feestelijk in gebruik genomen. Dat gebeurt tijdens een dienst van de Remonstrantse Gemeente die om 10.15 uur begint. Tijdens deze dienst treedt ook de nieuwe cantor-organist van de Remonstrantse Gemeente, Aart Bergwerff, aan. Aansluitend aan de dienst is er een korte uitleg over de restauratie. De bijeenkomst wordt afgesloten met een kort orgelconcert. Na afloop van de dienst is een en rijk geïllustreerd orgelcahier te koop met daarin meer gedetailleerde orgelgegevens, muzikale bijdragen en interviews.

 


Dispositie

Hoofdwerk C-g3
Bourdon 16 – 1898, C-h0 eiken, C-f1 op transmissielade
Prestant 8 – 1898, C-d0 in front
Roerfluit 8 – 1898, C-H eiken
Viola di Gamba 8 – op lade Recourt;  C-H 1932, af c0 1898, rolbaarden c0-g#0 1932
Octaaf 4 – 1898
Gemshoorn 4 – C-g2 1898 (opgeschoven oorspronkelijke 8’), g#2-g3 1932
Quint 3 – 1898
Octaaf 2 – 1898
Mixtuur IV – 1898, f#3 en g3 van 5 1/3-koor 1978
Cornet V – 1898, opgebankt
Trompet 8 – 1898

Zwelwerk C-g3
Holfluit 8 – 1898, C-H eiken, wijde bourdonmensurering
Salicionaal 8 – 1898
Viola 8 – 1898
Roerfluit 4 – 1898
Salicet 4 – 1898
Nasard 2 2/3 – 1957
Piccolo 2 – 2016
Terts 1 3/5 – 2016 samengesteld uit pijpwerk van 1957
Basson-Hobo 8 – 1932, op eigen lade
Dulciaan 8 – 1898

Pedaal C-f1
Subbas 16 – 1898, eiken, open, op eigen lade
Bourdon 16 – transmissie Hoofdwerk
Prestant 8 – 1898 C-g#0 in front, gevoed vanaf eigen mechanische lade
Violoncello – transmissie Hoofdwerk
Bourdon 8 – 1898, metaal
Octaaf 4 – 1898
Fagot 16 – 1898, factuur als Dulciaan
Trombone 8 – 1898

Werktuiglijke registers
als voettrede:
Koppel I -II
Koppel Pedaal – I
Koppel Pedaal – II
Sterke stemmen I
Sterke stemmen Pedaal
als registertrekker:
Tremulant
Ventiel

Samenstelling Mixtuur
C : 2 – 1 1/3 – 1 – 2/3
F#: 2 2/3 – 2 – 1 1/3 – 1
f#: 4 – 2 2/3 – 2 – 1 1/3
f#1: 5 1/3 – 4 – 2 2/3 – 2

Gegevens met dank aan Henk Verhoef

 

© 2016 beeld ORGELNIEUWS