Heringebruikname gereviseerd Marcussen-orgel Grote Kerk Goes

Op vrijdag 13 mei wordt het Marcussen-orgel in de Grote Kerk te Goes na een algehele schoonmaak en revisie door Verschueren Orgelbouw opnieuw in gebruik. Na uitleg over de historie van het orgel en de uitgevoerde werkzaamheden volgt een bespeling van het instrument door Arno van Wijk. Op het programma staan composities van Sweelinck, Bach en Duruflé. De feestelijkheden beginnen om 19.30 uur, de kerk is vanaf 19.00 uur toegankelijk.

Het orgel werd in eerste aanleg in 1641/1643 door Willem Deaken gebouwd. In 1711 werd het binnenwerk voor een belangrijk deel vernieuwd door Jacob Cools. Daarbij onderging de orgelkas enkele wijzigingen, werden nieuwe luiken aangebracht en werd het instrument op de huidige plaats – in de absis van de kerk – opgesteld. De luiken werden beschilderd door Abraham Büsschop.

Goes,-ansichtkaart

Het instrument onderging wijzigingen door onder meer Jacob François Moreau, Cornelis van Oeckelen en Christiaan Stulting. Van totaal andere aard was de vervanging van het binnenwerk die door Jacob van den Bijlaardt in 1909 werd uitgevoerd. Het orgel kreeg een nieuwe pneumatische tractuur en uit het oude orgel werden slechts enkele pijpenreeksen in het nieuwe orgel geïntegreerd. 1930 werd door de firma A.S.J. Dekker de tractuur geëlektrificeerd en een register toegevoegd.

In 1962 werden plannen uitgewerkt om het binnenwerk te vervangen door een nieuw orgel volgens de toen geldende principes van de neobarok. Een dispositieontwerp van de de Deense firma Marcussen omvatte 46 registers, maar bij de bouw in 1968 werd het aantal registers om financiële redenen tot 39 beperkt. Het orgel werd in februari 1970 door vader en zoon Erné ingespeeld. Enkele historische registers werden in het nieuwe concept opgenomen.

In 1980 werd het Echowerk van het orgel van zweldeuren voorzien en in 1982 werd dit werk door B.A.G. Orgelmakers met vier registers uitgebreid (twee strijkers, Fagot 16 en Trompet 4).

Vorig jaar werden de beschilderingen op de luiken van het orgel gerestaureerd door het Restauratie Atelier Limburg en dit voorjaar volgde de schoonmaak en revisie van het orgel door Verschueren Orgelbouw. De werkzaamheden aan het instrument omvatten een integrale schoonmaak van zowel orgelkast (inclusief de karakteristieke ‘Turkse kap’) als binnenwerk. Verder werden de klavieren gereviseerd: overmatige speling werd verholpen en het toetsbeleg van het Hoofdwerkklavier werd vernieuwd.

 

Goes_02

Het pijpwerk van diverse oude registers was door loodcorrosie aangetast. Het bleek onvermijdelijk om een aanzienlijk aantal voetpunten van met name frontpijpen en Roerfluit 8 (Rugwerk) te vervangen. De frontpijpen werden van nieuwe tinfolie voorzien. Enkele verzakte bekers van de Bazuin 16 zijn hersteld en van een betere ophanging / ondersteuning voorzien.

De klankgeving werd, vanwege het coherente en overtuigende concept, gerespecteerd. De intonatie beperkte zich tot het controleren en egaliseren. Alleen ten aanzien van de strijkers is meer ‘kleur’ en ‘karakter’ nagestreefd.

 


Dispositie

De cursief weergegeven registers bevatten historisch pijpwerk.

Rugwerk (I) – C-f3
Roerfluit 8
Quintadeen 8
Prestant 4 I-II

Roerfluit 4
Octaaf 2
Woudfluit 2
Nasard 1 1/3
Sesquialter II (vanaf f)
Scherp IV-VI
Dulciaan 16
Regaal 8

Hoofdwerk (II) – C-f3
Bourdon 16
Prestant 8 I-II
Gedekt 8

Octaaf 4
Spitsfluit 4
Quint 2 2/3
Octaaf 2
Mixtuur V-VI
Scherp IV
Cornet V discant
Trompet 8’

Echowerk (III) – C-f3
Baarpijp 8
Viola di Gamba 8
Viole d’Amore 8 – zwevend gestemd
Prestant 4
Open Fluit 4
Vlakfluit 2
Mixtuur IV
Tertiaan II
Fagot 16
Trompet 8
Vox humana 8
Trompet 4

Pedaal – C-f1
Prestant 16
Octaaf 8
Gedekt 8
Tolkaan 4
Nachthoorn 2
Mixtuur VI
Bazuin 16
Trompet 8
Trompet 4

Werktuiglijke registers
Koppeling Hoofdwerk – Rugwerk
Koppeling Hoofdwerk – Echowerk
Drie pedaalkoppelingen
Tremulant Rugwerk
Tremulant Echowerk

 

© 2016 beeldmateriaal Verschueren Orgelbouw