15 oktober 2019

Inwijding en inspelingsconcert orgel kathedraal Roermond op 14 april

Op zondag 14 april wordt het nieuwe orgel in de Sint-Christoffelkathedraal te Roermond ingewijd. Dan vindt ook het officiële inspelingsconcert plaats. Het nieuwe tweeklaviers instrument is door Verschueren Orgelbouw vervaardigd met hergebruik van onderdelen uit het vorige orgel.

In het kader van de herbouw en restauratie van de kathedraal werd in de jaren 1953-1955 een nieuw orgel gebouwd door de fa. L. Verschueren. De orgelkast – in een duidelijk op de historie gebaseerde vormentaal – werd ontworpen door architect Cees van der Veken. Het nieuwe orgel kreeg een elektro-pneumatische tractuur en telde 52 registers. De inzegening van het instrument vond plaats op 27 april 1957.

Al snel na de oplevering bleek dat de gekozen opzet weinig gelukkig was. Niet alleen de bereikbaarheid van het binnenwerk was problematisch, maar ook de klankuitstraling was beneden verwachting.

Ingrijpende maatregelen
Zo’n veertig jaar na de bouw was ook de technische conditie van het instrument zeer matig en bleken ingrijpende maatregelen noodzakelijk. Een aantal onderdelen bleek wél van goede kwaliteit. Daarom werden plannen ontwikkeld om tot de bouw van een nieuw orgel te komen met gebruikmaking van een belangrijk deel van het pijpwerk, de orgelkast en delen van de windvoorziening. De ‘techniek’ bestaande uit windladen, claviatuur en mechanieken zou geheel nieuw worden aangelegd.

Nadrukkelijk is bij het maken van de plannen ook gezocht naar de mogelijkheden om de klankuitstraling van het orgel te verbeteren. Dit resulteerde in een iets bescheidener opzet waarbij het nieuwe Hoofd- en Bovenwerk vóór de nis in de torenmuur zijn gesitueerd.

Vroege negentiende eeuw
Vanwege de aard van het bestaande labiaalpijpwerk is besloten om, voor wat betreft de klank van het instrument, inspiratie te zoeken bij de orgelbouw van de vroege negentiende eeuw, zonder aansluiting na te streven bij een specifieke ‘school’.

Klaviatuur van het nieuwe Verschueren-orgel in de kathedraal van Roermond

Gefaseerd
De werkzaamheden gingen in september 2014 van start en werden gefaseerd uitgevoerd. Deel van de werkzaamheden was de nieuwe indeling van het front. De deling van de middentoren in het oorspronkelijke ontwerp werd opgeheven door plaatsing van nieuwe zestienvoets principaalpijpen. Het rasterwerk in de onderste tussenvelden werd vervangen door nieuwe frontpijpen.

De werkzaamheden werden namens de Katholieke Klokken- en Orgelraad begeleid door Rogér van Dijk. Het orgel werd in december 2018 opgeleverd.

Nieuwe indeling van het front in de in 1956 door architect Van der Veken ontworpen orgelkas.

Inwijding en inspeling
Op zondag 14 april om 15.00 uur wordt het orgel ingewijd door de bisschop van Roermond, Mgr. Harrie Smeets. Aansluitend verzorgen Jean-Pierre Steijvers en Hiroko Inoue het inspelingsconcert. Na afloop van het concert worden een brochure en een cd gepresenteerd die ter gelegenheid van de ingebruikname van het nieuwe orgel verschenen zijn.

 


Dispositie

Met • gemerkte registers zijn nieuw; overige stemmen zijn uit 1957.

Hoofdwerk (I) C- g3
Principaal 16 – C-Fis en A-d front
Prestant 8 – C-F front
Cornet V
Viola di Gamba 8
• Roerfluit 8 – C-H grenen
• Octaaf 4
Open Fluit 4
Quint 3
Superoctaaf 2
Sesquialter II
Mixtuur IV
Cimbel III
• Fagot 16 – C-H houten kastjes, trechtervormige metalen bekers
• Trompet 8

Bovenwerk (II): C-g3
Prestant 8 – F-c1  front
• Quintadeen 16 – C-H grenen
Salicionaal 8
Holpijp 8 – C-H grenen
• Octaaf 4
Fluit Travers 4
Superoctaaf 2
Nasard 3
Fluit 2
Terts 1 3/5
Flageolet 1
Mixtuur IV
• Waldhoorn 8 – bas trechtervormige bekers met dubbelconus, discant hobo-bekers
• Vox Humana 8 – cylindrische bekers (met deksel)

Pedaal C-f1
• Principaal 16 – grenen
• Subbas 16 – grenen, gedekt
• Quintbas 12 – grenen, gedekt
Octaafbas 8
Quint 6
Octaaf 4
• Bazuin 16 – zgn. ‘Bleikehlen’, kastjes en koppen perenhout, bekers grenen
• Trompet 8
• Clairon 4

Werktuigelijke registers en speelhulpen
Manuaalkoppel
Pedaalkoppel Hoofdwerk
Pedaalkoppel Bovenwerk
Tremulant Bovenwerk – inliggend

Samenstelling vulstemmen

Mixtuur IV (Hoofdwerk)
C : 2 – 1 1/3 – 1 – 2/3
c0: 2 2/3 – 2 – 1 1/3 – 1
c1: 4 – 2 2/3 – 2 – 1 1/3
c2: 5 1/3 – 4 – 2 2/3 – 2
c3: 8 – 5 1/3 – 4 – 2 2/3

Cimbel III
C : 1 – 2/3 – 1/2
c0: 1 1/3 – 1 – 2/3
c1: 2 – 1 1/3 – 1
c2: 2 2/3 – 2 – 1 1/3
c3: 4 – 2 2/3 – 2

Sesquialter II
C : 1 1/3 – 4/5
c0: 2 2/3 – 1 3/5

Cornet V
c1: 8 (gedekt) – 4 – 2 2/3 – 2 – 1 3/5

Mixtuur IV (Bovenwerk)
C : 1 1/3 – 1 – 2/3 – 1/2
c0: 2 – 1 1/3 – 1 – 2/3
c1: 2 2/3 – 2 – 1 1/3 – 1
c2: 4 – 2 2/3 – 2 – 1 1/3
c3: 5 1/3 – 4 – 2 2/3 – 2

Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a1 = 440 Hz bij 18o C

Winddrukken
Hoofdwerk: 84 mm waterkolom
Bovenwerk: 76 mm waterkolom
Pedaal: 100 mm waterkolom

 

Gegevens met dank aan Johan Zoutendijk, Verschueren Orgelbouw

 

© 2019 beeld Verschueren Orgelbouw B.V., Ittervoort

X