22 augustus 2017

Jean-Willy Kunz au Grand Orgue Pierre-Béique

Stel, je bent organist van middelbare leeftijd, je carrière ligt op stoom en je vindt het tijd voor een eerste solo-cd. Welke muziek neem je op en waar? Voor deze vraag zag Jean-Willy Kunz, organist van het Pierre-Béique-orgel (vernoemd naar de oprichter en sponsor) in de concertzaal van Montréal, zich gesteld. Het antwoord ligt voor met een nieuwe cd die verscheen op het label Atma Classique.

In het voortreffelijke boekje wordt de keuze van het programma vrij uitgebreid toegelicht. Centraal staat de orgeltranscriptie die Kunz in 2014 maakte van Le Carnaval des Animaux van Saint-Saëns voor de ingebruikname van het concertorgel waar hij sindsdien Organist in Residence is. Het transcriptievirus dat door de orgelwereld waart, wordt ook hier vergezeld van de ook te onzent veel herhaalde riedel dat het orgel meer is dan een kerkelijk instrument voor sacrale muziek, maar ook geschikt is voor het vertolken van muziek voor andere instrumenten. De clichés over het vermeende ‘stoffig imago’ van het orgel en de wens om het orgel weer een plaats te geven in de muziekwereld blijven in het boekje gelukkig achterwege.

De transcriptie van Saint- Saëns’ dierencarnaval op het orgel waarvan Kunz ambassadeur is, is een logische en ook gelukkige. Maar met het carnaval der dieren is geen hele cd gevuld en hier zijn enkele opmerkelijke keuzen gemaakt. Kunz is opgegroeid in Frankrijk en kiest, aansluitend bij Saint-Saëns, werk van andere Franse componisten: Widor, Vierne en Alain. Kunz en zijn team vonden het daarnaast nodig om de ‘onvermijdelijke’ (?) BWV 565 te programmeren en dan ook meteen maar de iconische Widor-Toccata V/5. Carillon de Westminster mag gerekend worden tot het overbekende, populaire repertoire. Ostinati en andere repetitieve technieken zijn wat deze stukken verder bindt.

Een kleine verrassing is daarentegen een moderner werk van de Canadees Maxime Goulet. Het betreft de orgelversie van een werk dat Goulet, die ook muziek componeert voor film en videogames, schreef bij de Olympische Spelen. Door de fanfaremotieven en ritmisch gestommel doet het idioom van dit energieke stuk enigszins aan de muziek van Petr Eben denken, maar helaas heeft het te weinig diepgang en raffinement om een blijvende plaats in het orgelrepertoire te verwerven.

Hoewel het boekje lovend spreekt over een ‘sklilled programmer’ is hier toch een enorme kans gemist om naast het Carnaval des animeaux een selectie uit het rijke en belangrijke orgelrepertoire van Saint-Saëns voor het voetlicht te brengen! Qua opvolging van de toonsoorten zit het programma dan echter wel weer goed in elkaar.

De Grande Fantaisie Zoölogique, oorspronkelijk door Saint-Saëns geschreven voor klein orkest en later bewerkt voor twee piano’s, komt dankzij het transcriptiewerk van Kunz op orgel uitstekend tot zijn recht: herhaaldelijk heb je de illusie naar een origineel orgelwerk te luisteren!

Kunz kiest nogal eens voor onconventionele registraties die meestal bijzonder effectief zijn. Hoor de lompe, zware, knorrige bassen door de toegevoegde lage aliquoten in ‘De Olifant’! Voor de begeleiding in ‘Le Cygne’ kiest Kunz verrassend voor een registratie met hoge registers waardoor de toch al elegante zwanenzang een lichtvoetig, zilverachtig aureool krijgt. Hier krijgt een orgeltranscriptie zin en betekenis als er nieuwe lagen in de muziek worden aangeboord en/of toegevoegd!

Het orgelspel van Kunz, die zijn opleiding ontving van onder anderen Louis Robillliard, is over de hele linie ‘gewoon goed’, zonder opvallende positieve of negatieve eigenschappen.

Het orgel van de Canadese firma Casavant Frères (83/VP) is op de ook in Europa gangbare neoromantische leest geschoeid; de opzet en dispositie wortelen stevig in de traditie van Cavaillé-Coll. Interessant is dat Casavant hiermee tevens teruggrijpt op de eigen bedrijfstraditie: Casavant verwierf wereldfaam met het bouwen van grote laatromantische orgels. Over het algemeen klinkt het orgel overtuigend en voldoende karaktervol. Alleen in het forte en in het tutti klinkt het genadeloos luid; jammer dat de geluidstechnici die het orgel verder uitstekend ‘neerzetten’ dit niet hebben willen maskeren.

Voor transcriptionados en zij die dit misschien wel willen worden is dit een mooie plaat, zelfs bijna een must-have. Wie geïnteresseerd is in orgelbouw heeft aan deze cd een sfeervol portret van een nieuw Canadees concertorgel. De anderen doen er goed aan nog even na te denken over een goede reden om eventueel tot aanschaf ove te gaan. We zijn wel benieuwd naar de volgende cd van Kunz!

 


Jean-Willy Kunz au Grand Orgue Pierre-Béique

Maison Symphonique de Montréal

Toccata et Fugue en ré mineur BWV 565 (Bach); Andante sostenuto (de la Symphonie gothique), Toccata (de la Symphonie V) (Widor); Citius, altius, fortius! (Goulet); Cortège et Litanie Op. 19/2  (Dupré); Fantasmagorie (Alain); Carillon de Westminster (Vierne); Le Carnaval des animeaux( Saint-Saëns/transcr. Kunz)

Label: Atma Classique
Nummer: ACD2 2747
Speelduur: 75’46
Booklet: 18 pagina’s (EN/FR)
Prijs: € 19,95
Bestellen: www.challengerecords.com

X