20 juli 2019

KERNSTEEK [22]

Ofschoon niet van plan spoedig te overlijden heeft Kernsteek zich in een nostalgische bui eens gebogen over de verzameling Steken tot nu toe. Al lezende blijken het allerlei types die samen dat vage, grappige, soms wereldvreemde maar altijd boeiende orgelwereldje vormen ter sprake hebben gebracht.

Zo lezen we over goed- en kwaadwillende amateurs, profs met te weinig of te veel zelfkennis, documentalisten, geluidsjagers en ter zake (on)kundige orgelmakers. Eén categorie is tot nu toe aan Kernsteeks aandacht ontsnapt: de orgeladviseur.

Als de juf of meester vroeger op de lagere school vroeg wat je later wilde worden, zei je: ‘brandweerman!‘, ‘ziekenzuster!’, ‘politieagent!’ of ‘fotomodel!’. Een aantal jaren geleden moeten er toch lagere scholen geweest zijn waar de meester in verstandsverbijstering raakte toen op de vraag ‘Wat wil je later worden als je groot bent Jantje (of Petertje, Keesje, Dirkje etc.)?’ het antwoord kwam: ‘gecertificeerd orgeladviseur, mees!’

Je vraagt je af hoe we het in Nederland al die eeuwen zonder advieswaakhond CvON, het College van Orgeladviseurs in Nederland, hebben kunnen doen. Oké, natuurlijk werden er keuringen verricht. Vaak was dat de organist van een naburige grote stad, soms ook een andere orgelbouwer. Maar wij hebben geen sporen teruggevonden van een adviseursgilde onder het patronaat van Sint Conductus. Toch zou het wel eens aardig zijn een studie te doen naar ‘de orgeladviseur door de eeuwen heen’. In oude jaargangen van bladen als Het Orgel en Organist & Eredienst zien we al advertenties van zichzelf aanprijzende deskundici. Van regeringswege werd er zelfs een nationale Klokken- en Orgelraad geformeerd met als actiefste lid Arie Bouman. We weten allemaal waartoe dat heeft geleid. Een ander onberispelijk orgaan was de Hervormde Orgelcommissie, die er weliswaar voor zorgde dat veel Hervormde kerken werden voorzien van mechanische orgels maar slechts met een handjevol orgelbouwers wenste te werken. Firma’s als Flentrop, Pels en Verschueren konden het bij deze commissie vaak ‘schudden’. In Gereformeerde kringen werd er nogal ambivalent gewerkt: aan de ene kant propageerde Dirk Jansz. Zwart degelijke mechanische orgels, tegelijkertijd waren zijn collega’s Hanegraaff en Houtman niet vies van elektro-pneumatiek. Over de Katholieke Klokken- en Orgelraad zou een heel boek geschreven kunnen worden. Daar hadden de orgeldeskundigen niet (in eerste instantie) namen als Andriessen, Strategier, Toebosch of De Klerk maar heetten ze Vinkenburg, Kerssemakers en De Bruyn, allen priesters uiteraard (die hebben ook overal verstand van). Later kwamen daar, voor het Zuiden des Lands, echte organisten bij, zoals de broers Zeyen en Huub Houët en hadden deze heren zowat elk weekend een inspeling van weer een andere elektro-pneumaat uit de stal van Vermeulen, Verschueren of Pels. Later begon ook Monumentenzorg zich ermee te bemoeien en zaten sommige adviseurs op twee stoelen. En hoe minder werk er kwam, hoe meer lieden opeens orgeladviseur werden.

Dat kon natuurlijk niet, deze baan moest exclusief blijven. In sportkringen is daar het golfen voor uitgevonden, in Nederland Orgelland vond men enkele jaren terug de CvON uit. Op hun website valt te lezen dat je niet zomaar lid wordt van deze club, ben je gek. Je moet toch minstens een lijvig boek hebben geschreven over een orgelmaker of dat in ieder geval al 50 jaar beloven. Ook dien je je te gedragen. Daar is natuurlijk niets mis mee en als geheugensteuntje is er op de site een hele pagina aan deze gedragsregels gewijd. Op dit moment telt de club negentien adviseurs, maar de toekomst wordt al veiliggesteld door het in het leven roepen van een heuse opleiding voor orgeladviseur, LOTO. Aan de hand (moeten we dit letterlijk nemen?) van één van de gecertificeerde adviseurs (nou ja, een paar übergecertificeerden) doorlopen de kandidaten een heel traject en raken zij vertrouwd, zo mogen we hopen, met het duiden van historische stemmingen tot en met de keuze voor een type gelijkrichter. Niet helemaal duidelijk wordt aan wie de CvON nu verantwoording moet afleggen. Als een adviseur er een potje van maakt, wordt hij uit de club gezet. Maar dan? Gaat de opdrachtgever dan opnieuw in zee met iemand van de CvON? En waar kan de uitgestotene eventueel zijn (we praten hier uitsluitend over heren, dames adviseren blijkbaar niet) vermeende recht halen? Als we de berichten in de media mogen geloven, zijn er inmiddels twee cursisten (wederom heren) geslaagd voor hun LOTO-examen en komt het aantal adviseurs nu op 21. En er zitten er nog een paar in de pijplijn.

Even voor de duidelijkheid: wij hebben niets tegen de CvON, het zal met de beste bedoelingen zijn opgericht en in het college zit heel veel expertise verzameld. Alleen sluit dat niet uit dat er ook buiten de CvON deskundigheid te vinden is. Al met al zitten we dus straks met een twintigtal gecertificeerde adviseurs plus het loslopend wild. Dan wordt het vechten om de orgelklussen en hopen we dat gedragsregel 10 zal worden gerespecteerd. Bij de toekenning van de klussen kunnen altijd nog lootjes worden getrokken, de Lotto van de LOTO. [KERNSTEEK]

 

 


Een kernsteek levert al eeuwenlang een discussie op. Volgens de een helemaal okay, voor de ander volstrekt fout. Dat verklaart dus waarom de schrijver m/v van de nieuwe column op Orgelnieuws tegendraads kan zijn. Soms zelfs in het geheel niet objectief. Maar wel altijd betrokken op de orgelwereld. De teksten ingeleverd via een vage server in Verweggistan, tast zelfs de redactie in het duister wie ‘Kernsteek’ is.

 

© 2012 foto archief orgelnieuws.nl

X