21 februari 2019

KERNSTEEK [9]

Een kernsteek levert al eeuwenlang een discussie op. Volgens de een helemaal okay, voor de ander volstrekt fout. Dat verklaart dus waarom de schrijver m/v van de nieuwe column op Orgelnieuws tegendraads kan zijn. Soms zelfs in het geheel niet objectief. Maar wel altijd betrokken op de orgelwereld. De teksten ingeleverd via een vage server in Verweggistan, tast zelfs de redactie in het duister wie ‘Kernsteek’ is.

Een goede vriend van mij is een geboren kerk- en concertmusicus. Hij heeft een gedegen opleiding gehad in een tijd dat er nog geen internet was en je bladen als Het Orgel, De Orgelvriend of Kerk & Muziek gewoon helemaal van voor tot achter las en daar desnoods twee weken over deed. Nu heeft hij de pech te behoren tot de ‘lost generation’, dat wil zeggen zij die aan de conservatoria studeerden in de 80-er jaren en hospiteerden op muziekscholen (“je moet rekenen op een toekomst als docent op een conservatorium of muziekschool, want het solistenleven is maar enkelen gegeven.”) om er na de studie achter te komen dat er geen vacatures waren op diezelfde scholen en er ook niet meer zouden komen, dat veel kerken zouden sluiten en (beroeps-) musici voor kerken zo niet te duur dan toch zeker wel te lastig werden bevonden. Een volgende generatie greep andere mogelijkheden: velen kozen voor een eerste studie in de ICT, accountancy, PABO enz.) en deden parallel of daarna hun orgelopleiding aan een conservatorium.

De hoofdpersoon van dit verhaal nu belandde met zijn diploma’s en aanmoedigingsprijzen op zak in een zwart gat en werd noodgedwongen kleine zelfstandige. Natuurlijk had hij na korte tijd al de Belastingdienst op z’n nek, want hij wist dan wel alles van articulatie en vingerzetting bij de ‘oude Italianen’, maar op het conservatorium was hem nooit iets verteld over BTW, boekhouding en bonnetjes betalen. Hij kon gaandeweg avondbaantjes vinden als dirigent van koren met namen als Refanja, Marantha, De Lofklank en Talita Koemi. Het ‘Abba Vader’ ging zo minstens 4×52 keer per jaar door z’n vingers, bij wijze van spreken. Verder vulde hij zijn inkomen aan met het geven van privé-lessen piano, keyboard en orgel, hoewel de orgelleerlingen hem met een tarief van € 30 bruto al gauw te duur vonden. Veel solo-optredens had hij niet, of het moeten de vele ‘Jong Talentconcerten’ zijn geweest (beloning 1 boekenbon) of de ontelbare markt-, pauze-, geranium- of wandelconcertjes voor de wedde van € 50 (“wilt u hier even tekenen, want wij doen het wit en de boekhouding moet kloppen”).

Hij was organist van een niet zo bijzondere kerk, op een niet zo bijzonder orgel. Hij organiseerde wel concerten, maar voor gastorganisten was amper budget en als er budget was, wilden die lieden liever niet komen vanwege het matige orgel. Zelf stuurde hij nette brieven naar plaatselijke comités met het verzoek een concert te mogen spelen, compleet met twee programmavoorstellen. Daar kreeg hij nooit reactie op.

Toen zich de kans voordeed te solliciteren naar een vrijkomende en zeer prestigieuze orgelbank greep hij die kans en werd hij tot zijn stomme verbazing benoemd. Tegelijkertijd werd een al jaren geplande renovatie van het orgel uitgevoerd en had hij dus anderhalf jaar na zijn benoeming een puik orgel tot zijn beschikking. Er was een ruim budget en een prima organisatie voor concerten en dus ging mijn vriend er stevig tegenaan. Tot zover het verleden.

Nu is de situatie als volgt: hij heeft inmiddels een nieuw en relatief geheim e-mailadres. In de periode dat zijn orgel net gereed was, werd er nog wel eens een nette brief geschreven door organisten die graag in de concertserie wilden spelen, maar gaandeweg werd zijn digitale postbus overstelpt met standaardmailtjes met links naar gelikte sites van organisten uit binnen- en buitenland. Er werd ook getelefoneerd: of hij niet eens wilde concerteren in X of Y, en ja, natuurlijk zou het dan wel een leuke geste zijn als de beller dan in ruil bij hem een concert kon verzorgen. Misschien samen een cd-opname verzorgen? Ja, onze vriend had ineens honderden vrienden erbij. In een dolle bui had hij ook eens zo’n Facebookaccount aangemaakt, maar werd gek van de exotische namen die hem een vriendschapsverzoek deden. Zou het nu echt zo werken: ‘If you scratch my back, I’ll scratch yours.’ ? Hij besloot de Zomerconcertagenda’s van twee opeenvolgende jaren er eens bij te pakken en vond de bevestiging van zijn vermoeden. “Daar ga ik niet aan mee doen”, besliste hij. Hij en zijn comité nodigen nu alleen mensen uit die iets te vertellen hebben omdat ze goed zijn, los van hun status. Hij wordt thans in het orgelwereldje als een norse en lastige ‘collega’ beschouwd. [KERNSTEEK]

Wilt u reageren? Mail ons dan via

info@orgelnieuws.nl

© 2010 www.orgelnieuws.nl

X