16 januari 2019

Nieuw orgel voor Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) Harlingen

orgel gkv harlingen

Op zaterdag 31 maart werd het orgel in de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) te Harlingen in gebruik genomen. Het instrument is grotendeels nieuw gemaakt door de Gebroeders Van Vulpen met gebruikmaking van delen van het vorige orgel van de Christelijke Gereformeerde Barnabaskerk te Apeldoorn.

Het Apeldoornse orgel werd in 1953 gebouwd door J. Reil te Heerde. Daarvoor werd een kas van Strümphler gebruikt als hoofdwerkkas, uitgebreid met een rugwerk. De kas van Strümphler was in 1794 gemaakt voor de rooms-katholieke St. Nicolaas- en Catharinakerk te Purmerend en kwam in 1884 terecht in de gereformeerde Noorderkerk te Drachten. Daar stond het tot 1949 toen Reil er een nieuw orgel bouwde met gebruikmaking van het Strümphler-pijpwerk uit 1794.

In Apeldoorn breidden de Gebroeders Reil de hoofdwerkkas in 1963 uit met twee pedaaltorens. In 1982 volgden opnieuw werkzaamheden door Reil. Twintig jaar later bleek het orgel dermate in verval geraakt dat restauratie of herbouw noodzakelijk was. Toen in 2001 het Van Vulpen-orgel (1961) van de Pauluskerk te Den Haag wegens kerksluiting vrijkwam, werd het aangekocht door de Christelijke Gereformeerde Barnabaskerk te Apeldoorn. In 2002 werd het daar in gebruik genomen. Het oude instrument werd door Van Vulpen ingekocht.

De Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) te Harlingen werd in 2004 door brand verwoest waarbij ook het orgel van L. van Dam & Zn. uit 1864 ten prooi viel aan de vlammen. In december 2006 kon het herrezen kerkgebouw ‘De Haven’ opnieuw worden gebruikt. De Gebroeders Van Vulpen kregen de opdracht voor de bouw van het nieuwe orgel.

Van Vulpen maakte bij de bouw gebruik van delen van het Apeldoornse orgel. De oude Hoofdwerkkas van Strümphler is aan de buitenzijden uitgebreid met kwartronde gedeelde velden voor een betere verhouding tussen Hoofd- en Rugwerk. De frontpijpen zijn nieuw met opgeworpen labia volgens plaatsingsschema en factuur van Strümphler. Nieuwe gecombineerde windladen zijn vervaardigd voor Hoofdwerk en Pedaal, waarbij het Pedaal twee registers kreeg als transmissies uit het Hoofdwerk en één zelfstandige stem (Fagot 16). De windlade van het Rugwerk is gerestaureerd. De klaviatuur werd qua maatvoering en uitvoering aangepast. Er zijn nieuwe mechanieken vervaardigd voor Hoofdwerk en Pedaal. Een nieuwe windvoorziening is aangelegd, bestaande uit een spaanbalg, nieuwe windkanalen en een windmachine.

De oudste delen van het orgel zijn de Hoofdwerkkas (J.S. Strümphler, 1794) en C-H van de Holpijp 8. De kas van het Rugwerk, de Roerfluit 8, Fluit 4, Blokfluit 2 en Dulciaan 8 zijn van de Gebr. Reil uit 1953. De Spitsfluit 4 dateert uit 1965, Gebr. Van Vulpen. De Trompet 8 is van de Gebr. Reil uit 1982, gedeeltelijk voorzien van nieuwe tongen 2007 door Van Vulpen. Al het overige pijpwerk werd nieuw gemaakt in de factuur van Strümphler. Het nieuwe pijpwerk voor de Prestant-families van werd door Van Vulpen in eigen huis vervaardigd. De Prestant 8 van het Hoofdwerk is dubbel vanaf klein a. C en Cis zijn open metalen binnenpijpen. Vanaf D staat het register in het front.

Het instrument werd opnieuw geïntoneerd, afgestemd op de kerk in Harlingen.

 

Dispositie

Hoofdwerk C-f3
Prestant I-II 8
Bourdon 16
Holpijp 8
Octaaf 4
Spitsfluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Cornet IV disc.
Mixtuur IV-V
Trompet 8

Rugwerk C-f3
Prestant 4
Roerfluit 8
Fluit 4
Blokfluit 2
Sesquialter II
Dulciaan 8
Tremulant

Pedaal C-d1
Bourdon 16 (transmissie)
Prestant 8 (transmissie)
Fagot 16

Koppels
Manuaalkoppel
Pedaal + Hoofdwerk
Pedaal + Rugwerk

Toonhoogte: 440 Hz op a1
Temperatuur: volgens Young
Winddruk: 69 mm waterkolom

 

[bron: Gebr. Van Vulpen, Utrecht]

 

© 2007 www.orgelnieuws.nl

X