20 augustus 2018

RECENSIE: De orgelmuziek van Johann Gottfried Müthel

cd muethel complete fantasies leon berben

Onze ‘exportorganist’ Leon Berben heeft al een indrukwekkend oeuvre op zijn naam staan: Bach, de periode daarvoor, Sweelinck compleet en zo af en toe een keer over de 1750-grens, zoals bij deze productie van Johann Gottfried Müthel (1728-1788). Müthel was de laatste leerling van de grote Bach, nou ja, voor zover je van veel ontvangen onderricht kan spreken.

Hij arriveerde in het voorjaar van 1750 in Leipzig, toen was de grootmeester al verre van gezond. Maar het feit alleen al dat hij deel uitmaakte van het huishouden van de familie Bach zal ervoor gezorgd hebben dat hij ‘spelenderwijs’ het nodige meekreeg, al was het alleen maar omdat er in huize Bach altijd genoeg kopieerwerk voor handen was ten behoeve van de Thomaner of andere musici.

Zijn korte verblijftijd bij de zieke Bach verklaart ongetwijfeld ook de beperkte invloed van de grootmeester die we in zijn werk aantreffen. Hij lijkt meer geraakt te zijn door de galante stijl van zoon Carl Philipp Emanuel. Echter omdat hij dat niveau niet kan evenaren en zijn naam geen bijzondere associaties opriep raakt zijn nalatenschap lange tijd in de vergetelheid. Inmiddels is daar een kentering in, althans als het gaat om zijn orgeloeuvre. Zijn muzikale uitingen voor andere bezettingen liggen nog grotendeels in manuscript te wachten op belangstellende musici.

Voor deze opname heeft Berben het Volckland/Hess-orgel (1729/1823) van de Sankt Lukas Kirche in Mühlberg (Thüringen) uitgekozen. Een instrument in een schitterende kerk (waarvan een aantal foto’s in het booklet) maar, zoals wel vaker in Thüringer kerken, wel met een hele beperkte akoestiek. Dat is jammer, want ondanks dat dit instrument uitstekend geschikt is voor deze galante muziek, waar met name het effect centraal staat, wordt de ruimtelijke werking gemist om de muziek echt tot leven te brengen.

Lees ook
Tien plus vijf vragen aan Léon Berben

Het weerhoudt Berben er overigens niet van om het repertoire met veel verve ten gehore te brengen. Hij heeft hoorbaar plezier in de ‘verhalen’ van Müthel. Dat is bewonderenswaardig, want het is niet altijd de meest eenvoudige muziek en Müthel neemt doorgaans ruim de tijd om zijn verhaal te vertellen met het toepassen van de nodige sequensen en andere herhalingen. Maar Berben weet de verhaallijn goed vast te houden.

Soms vraag je je wel af met welk doel Müthel zijn werken heeft geschreven. Was de Paeludium in C-dur echt bedoeld als orgelwerk voor concert of eredienst? Of was deze pedaalsolo meer als etude bedoeld? Echt boeiend is het niet, maar wel weer erg mooi en knap gespeeld (al hadden de tongwerken even een beetje bijgestemd moeten worden). Aan het eind wordt het klokkenspel erbij geroepen om het einde van deze solo in te luiden.

Maar er zitten ook wel een paar mooie werken bij, zoals bijvoorbeeld de Fantasie in F-dur, waarbij even Mozart voorbij lijkt te komen. De Fugenfantasie kent ook een knap begin, maar onder andere door zijn lengte en vele herhalingen was het beter als Müthel deze 562 maten wat had samengevat.

Wat mij betreft is Müthel in zijn koraalvoorspelen op zijn best. Dan krijgt hij materiaal in de vorm van melodie en tekst aangereikt om te behandelen en weet dan goed maat te houden met zijn eigen fantasie. Hierdoor ontstaan er mooie originele voorspelen, helemaal in de galante sfeer. Hij is dan ook veel vormvaster. Het geeft de luisteraar ook de gelegenheid om te luisteren naar het moois wat het orgel in huis heeft.

Helaas ontbreken de gebruikte registraties, maar Berben staat onder andere een mooi fluitenensemble tot zijn dienst die hij vooral in de koralen etaleert. Naast de koraalvoorspelen zijn er van Müthel ook nog een enkele koralen met interludia overgeleverd; die heeft Berben niet opgenomen. Wellicht waren deze ook meer voor de gemeentezang bedoeld dan voor zelfstandig orgelspel.

Kortom, Leon Berben heeft bij deze opname zijn muzikale kunnen weer optimaal getoond en presenteert een instrument wat zeker vaker gehoord mag worden. Dat het repertoire wel aangenaam, maar niet altijd even sterk is nemen we voor lief. Het is uiteindelijk ook wel weer een mooie kennismaking met het veelkleurige orgelrepertoire uit de tweede helft van de 18e eeuw.

 


Johann Gottfried Müthel (1728-1788) – Complete Fantasies | Choral Preludes

Léon Berben, Franciscus Volckland organ (1729/1823), ev. Sankt-Lukas-Kirche Mühlberg

Fantasie Es-Dur; Herzlicht tut mich verlangen; Fantasie G-Dur; Was mein Gott will; Variationen über ‘Jesu, meine Freude’; Fantasie F-Dur; O Traurigkeit, o Herzeleid; Praeludium C-Dur; Fugenfantasie C-Dur; Fantasie Es-Dur; Fantasie g-Moll

Aeolus – AE-11131, SACD, TT 67’22, booklet 23 p. (DU/EN), € 18,99

Bestellen: aeolus-music.com

 

Lees ook
Melchior Schildt - Complete Organ Works

 

X