23 september 2018

RECENSIE Lefébure-Wely – Prince des claviers

Het beeld dat wij hebben van de componist Lefébure-Wely is – als ik me niet vergis – vooral gekleurd door spektakelstukken als de Sortie in Es (hoem-pa, hoem-pa) en die in Bes, of de Boléro de Concert: voorbeelden van orgelmuziek in de ‘style mondaine’.

Mede door de radioserie ‘César Franck en tijdgenotenׄ’ die de NCRV rond 1980 uitzond, maakten wij Nederlanders kennis met deze oncalvinistische klanken, en toen Ewald Kooiman die stukken ook nog ging publiceren, konden we ze zelf gaan spelen. Dat wás wat in die tijd! De rekkelijken hadden dikke pret, de preciezen schudden hun wijze hoofden bij zoveel frivoliteit.

Maar hebben we daarmee het juiste beeld van Lefébure-Wely? Is hij de man van de snoepjes, de encores en de uitsmijters – en dat is het dan? De viering van het tweehonderdste geboortejaar van de componist was voor Pascal Auffret reden om dieper in het oeuvre van Lefébure-Wely te duiken. Dat hij in zijn dagen een ster was -oneindig veel populairder dan César Franck!- en titels toegedicht kreeg als ‘de Offenbach van het orgel‘ of ‘de prins der organisten’, dat weten we. Cavaillé-Coll liet zijn nieuwe orgels bij voorkeur inspelen door Lefébure-Wely, en niet zelden kwamen daar dan duizenden mensen op af.

Minder bekend is dat Lefébure-Wely ook voor andere instrumenten en bezettingen componeerde, soms in een heel andere stijl dan de volkse muziek waarmee hij op het orgel megasuccessen boekte. Vooral zijn viool- en pianomuziek verdient vermelding, maar daarnaast zijn er ook vocale werken en één opera. Gloednieuwe instrumenten waren in zijn tijd het harmonium en de harmonicorde: voor beide componeerde Lefébure-Wely een respectabel aantal werken.

Debain, de man die in 1842 het harmonium (orgue expressif) had uitgevonden, kwam in 1855 met een combinatie-instrument, een harmonium waaraan pianosnaren waren toegevoegd. Dat werd de harmonicorde, en voor dat bijzonder instrument componeerde Lefébure-Wely ook, zelfs een Caprice voor twéé harmonicordes. Wat zou het mooi zijn om van die Caprice een opname te hebben, dacht pianist en harmoniumspeler Pascal Auffret.

Maar waar vind je twee harmonicordes in topconditie, die ook qua stemming kunnen samenspelen, en twee musici die de uitdaging aan willen gaan? Auffret loste het anders op: hij restaureerde zelf zijn eigen harmonicorde en speelde beide partijen na elkaar in. Je eigen duopartner zijn: via de opnametechniek kan dat gewoon. Voor de monumentale, een half uur durende Sonate dramatique pour violon et piano (opus 157) werd violist Marian Jacob Maciuca ingeschakeld. Wat mij betreft: het hoogtepunt van deze dubbel-cd.

Waar ik mij het meest over verbaasd heb, dat zijn de Vingt-quatre études mélodiques pour le piano s’ enchainant par des modulations, ofwel 24 melodische etudes voor piano, aaneengeregen door middel van modulaties. Een curieuze reeks van etudes door alle toonsoorten, waarbij op elke etude een korte modulatie volgt die met het thematisch materiaal van de voorgaande etude een bruggetje maakt naar de volgende. Heel apart: wat moet je nou met zulke modulaties? Ja, spelen, wanneer je die 24 etudes integraal opneemt. Maar opnemen was er in de tijd van Lefébure-Wely nog niet bij … Niettemin: die etudes zijn het beluisteren méér dan waard! Sommige doen denken aan Chopin, anderen aan Grieg of zelfs Beethoven. En dan komt daarna zo’n curieuze modulatie naar de volgende toonsoort, een kwint hoger … Wonderllijk!

De harmonicorde – ongetwijfeld de belangrijkste reden om deze cd op ORGELNIEUWS te bespreken – komt solistisch aan bod in zeven karakterstukken met titels als Les Noces basques en La Noce bretonne. Vier daarvan, gepubliceerd onder de naam Les Chants du foyer, zijn eigenlijk voor gewoon (drukwind)harmonium geschreven, maar Auffret neemt de vrijheid om de snaren van de harmonicorde ook te laten klinken. Harmonium en harmonicorde waren van origine instrumenten voor de salon, niet voor de kerk, en dit zijn dan ook typische voorbeelden van salonmuziek: ze gaan een beetje het ene oor in en het andere oor uit, onderhoudend, niet diepgravend – maar wél goed geschreven!

Instrumenteren kon Lefébure-Wely wel, hij wist hoe je een instrument op z’n voordeligst kon laten klinken. Dat blijkt ook uit de eerdergenoemde Caprice original voor twee harmonicordes, een driedelig werk met de omvang van een flinke sonate. Faire entendre les cordes is een karakteristieke aanwijzing die je in muziek voor harmonicorde kunt tegenkomen: laat de snaren horen. Nou, daar zorgt de componist wel voor!

Zoals gezegd: het meest substantiële werk op deze dubbelaar is voor mij de Sonate dramatique op. 157, gepubliceerd in 1868. Het lijkt of Lefébure-Wely hier zelf heeft willen zeggen: ja, jullie kennen me nu wel als de componist van de leuke en gezellige muziekjes, maar ik kan méér – hier heb je een volwassen, erudiete sonate! Vier contrastrijke delen biedt de sonate, prachtige melodische lijnen in het Andante, een subtiel Scherzo, een afsluitend Rondo waarin alle thema’s nog eens terugkomen. Het raffinement waarmee de componist de thema’s uit de voorgaande delen in deze finale met elkaar combineert, illustreert zijn meesterhand. Alleen al vanwege deze vioolsonate is de dubbel-cd het aanschaffen meer dan waard!

 


Lefébure-Wely – Prince des claviers

Oeuvres pour piano, violon & harmonicorde

Marian Iacoba Maciuca, violon
Pascal Auffret, piano et harmonicorde

CD1 – Caprice original pour deux harmonicordes op. 120; Sonate dramatique pour violon et piano op. 157; Les Chants du foyer – Morceaux pour harmonium; Improvisation – Transcrite pour harmonicorde; Les Noces basques op. 139 – Caprice de genre pour harmonicorde

CD2 – 24 Études mélodiques pour le piano; La Noce bretonne op. 50 – nº 4 extrait des ‘Chants du soir’ pour orgue expressif – 1ère livraison Allegretto.

Éditions Hortus – Hortus 156-157, 2cd, TT 127’41, booklet 32 p. FR/EN, prijs € 15 | editionshortus.com

 

X