Widor: Organ Symphonies Nos. 1&2 (Bambauer, St. Sulpice)

Widor Organ Symphonies AE-10471

Widor: daar kijk ik tegenop. Als ik in zijn Souvenirs lees hoe hij in salons omging met de politieke en culturele elite van zijn dagen, denk ik: toe maar! Als ik luister naar het vele fraais dat hij op papier heeft gezet, denk ik: tjonge! Maar in één opzicht herken ik hem. Dat is dat hij zijn muziek soms later omwerkte, om die gaver en aantrekkelijker te maken. Aardig is dat.

 

De Vier Orgelsymfonieën (Op. 13) uit 1872 werkte Widor maarliefst tweemaal om: in 1887 en in 1901. Bovendien bleef hij er aan schaven voor de uitgaven van 1919 en 1929. Niet dat de muziek er altijd beter van werd. In de Tweede Symfonie bijvoorbeeld past het Salve Regina qua toonsoort en beweging beter dan het oorspronkelijke Scherzo; maar qua melodie absoluut niet. En de Eerste Symfonie breidde Widor uit met een pompeuze Marche pontificale; en of dat nou zo’n aanwinst is?

 

Vorig jaar is een cd verschenen waarop Widors Eerste en Tweede Symfonie te beluisteren zijn. Ze worden uitgevoerd door Martin Bambauer, organist van de Konstantin Basilika in Trier. Het is een schijf die verwachtingen wekt, want Bambauer bespeelt het instrument dat Widors inspiratiebron was: het Cavaillé-Coll-orgel in de St. Sulpice in Parijs. Gelukkig weet Bambauer de verwachtingen voor een groot deel waar te maken.

 

Ik ben zo vrij geweest zijn uitvoering te vergelijken met die van Van Oosten uit 1993 op de Cavaillé-Coll in Azkoitia. Weet deze vooral te overtuigen aan het eind van de Eerste en aan het begin van de Tweede Symfonie, Bambauer doet dat in de rest.

 

Want mogen de Prélude circulaire, de Pastorale en het Andante uit de Tweede Symfonie bij Van Oosten onovertroffen zijn qua mystiek en bevalligheid, bij Bambauer is het Salve Regina wervelender en de Finale steviger. En mag in de Eerste Symfonie bij Bambauer de Méditation te snel en de Finale te luid klinken, in de Prélude, het Allegretto en het Adagio overtreft hij Van Oosten qua sfeer, in de Pontificale qua pracht. Een ex aequo dus.

 

Aardig is verder dat Bambauer, evenals Van Oosten, het originele Scherzo ‘La Chasse’ uit de Tweede Symfonie aan het eind van de cd heeft gezet. Het is een vitale toegift bij een verdienstelijke vertolking.

 

Of er een vervolg komt op deze cd? Desgevraagd liet Bambauer me weten dat hij daarvoor nog geen plannen heeft, maar: ‘[ich] möchte aber nicht ausschließen, dass dies in Zukunft der Fall sein könnte’. Wat mij betreft heeft hij groen licht. Zijn spel is er boeiend genoeg voor. En Widor – volgens Vierne een koele, voorname verschijning met een ‘allure un peu militaire’ (Souvenirs, Hfdst.III)- komt op een innemende manier dichterbij.

 

 

Charles-Marie Widor – Organ Symphonies Nos. 1&2

Martin Bambauer – Aristide Cavaillé-Coll Organ – Saint-Sulpice, Paris

 

Symphonie No. 1 op. 13,1 en ut mineur (Prélude [Moderato], Allegretto, Intermezzo [Allegro], Adagio, Marche pontificale, Méditation, Finale); Symphonie No. 2 op. 13,2 en ré majeur (Praeludium circulare [Andantino], Pastorale [Moderato], Andante, Salve Regina [Allegro], Adagio [Andante], Finale [Allegro]); Scherzo [Allegro] ‘La Chasse’.

 

Label: Aeolus
Nummer: AE-10471 (SACD)
Speelduur: 77’45
Booklet:  28 pagina’s (DU/EN/FR)
Prijs:  € 21,95

 

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]