Protestants Losser neemt Martens-orgel opnieuw in gebruik

Op vrijdag 15 april 2011 is het orgel van de Protestantse Gemeente van Losser opnieuw in gebruik genomen. Het onderging herstelwerkzaamheden door Orgelmakerij Reil te Heerde.

Het orgel in de Protestantse Kerk te Losser werd in 1724/25 gebouwd door Diedrich Martens uit Vreden in Westfalen. Martens (geboren ca. 1675) was in de eerste helft van de achttiende eeuw actief als orgelmaker in Nordrhein-Westfalen en Oost-Nederland (onder andere in Aalten, Delden, Groenlo, Lichtenvoorde, Losser, Oldenzaal en Winterwijk). Het orgel in Losser is het enige instrument van zijn hand dat grotendeels bewaard is gebleven.

Tussen 1741 en 1790 komt het orgel in onderhoud bij Hermann Theodor en Joseph Martens, daarna voert J.A. Kuipers uit Oldenzaal het onderhoud uit.

In 1810 betrekken de Losserse protestanten een nieuw kerkgebouw omdat de oude Grote Kerk weer aan de rooms-katholieke gemeenschap moet worden afgestaan. Het zou nog tot 1822 duren voordat Georg Heinrich Quellhorst uit Oldenzaal het orgel in enigszins gewijzigde vorm in de nieuwe kerk opbouwt. In de dispositie wordt de samenstelling van de Sexquialter gewijzigd, de Cornet wordt vervangen door een Prestant 8’ discant en een Viola di Gamba 4’ wordt bijgeplaatst. Het frontpijpwerk van de Prestant 4’ werd nieuw gemaakt. Mogelijk heeft Quellhorst ook de orgelkas ingekort.

Na een periode van onderhoud door Quellhorst en Ambrost voert orgelmaker G. Elberink uit Oldenzaal uitgebreide wijzigingen uit. Hij verandert de cancelvolgorde, verschuift de Viola di Gamba naar 8’-ligging (C-H gecombineerd met Holpijp) en schuift het pijpwerk op en voorziet het van stemkrullen en verhoogt de opsneden. De winddruk wordt verhoogd naar 78,6 mm.

In 1900 worden door Friedrich Fleiter uit Münster herstelwerkzaamheden uitgevoerd als gevolg van wateroverlast door een torenbrand.

In 1923 voert de firma Steinmann & Vierdag wijzigingen uit. Het orgel wordt uitgebreid met een Bourdon 16’ en een Salicionaal 8’, beiden op een pneumatische lade ; de Trompet 8’ maakt plaats voor een Prestant 8’; c0-f0 van de Viola di Gamba 8’ worden vergangen door zes zinken Quintadeen-pijpen en de samenstelling van de Mixtuur wordt gereduceerd tot 2 sterk.

De manuaalomvang van C-c3 wordt met een pneumatische bijlade uitgebreid tot g3, het pedaal van C-c tot f. De klaviatuur wordt vernieuwd. Tenslotte worden de spaanbalgen vervangen door een magazijnbalg.

De firma J.C. Sanders & Zn voert in opnieuw wijzingen uit. Op het Pedaal wordt een Octaafbas 8’ bijgeplaatst. Een (mogelijk in of na 1822 angebrachte) Openfluit 8’ D wordt vervangen door een Cornet III D en de Mixtuur wordt aangevuld tot III-V. De manuaalomvang wordt gewijzigd in CD-c3, de pedaalomvang naar C-d1. Er wordt een pedaalkoppel toegevoegd. De klaviatuur wordt opnieuw vernieuwd. De achterwand van de kas wordt vervangen door een papieren afdichting, de kas opnieuw rood geschilderd, waarbij de oude verflaag is verwijderd.

In 1956 worden nieuwe elektro-pneumatische pedaalladen gemaakt die ter weerszijden van het orgel worden geplaats.

S.F. Blank voert in 1991 onder advies van Klaas Bolt en later Jan Jongepier een restauratie en reconstructie uit waarbij de situatie van 1822 en 1865 het uitgangspunt is. Blank vervaardigt nieuwe klaviatuur en windvoorziening. De mixtuur wordt deels vernieuwd en een nieuw Trompet 8’ (kopie van het Klausing-orgel in de St. Maternianikirche in Ochtersum ) wordt vervaardigd. De Viola di Gamba wordt teruggeschoven naar 4’-ligging. De Prestant 8’ D uit 1822 wordt geplaatst op de sleep van de Cornet.

De restauratie van 2010/2011 is uitgevoerd door Orgelmakerij Reil te Heerde. Adviseur was Aart van Beek. De orgelkas is daarbij rechtgezet, de windlade en het pijpwerk zijn hersteld en schoongemaakt, de windvoorziening nagezien.

Het orgel werd op vrijdagavond 15 april opnieuw in gebruik genomen tijdens een liturgische viering met aansluitend een orgelbespeling door organist Timo Beek.

Dispositie

Manuaal CD-c3

Prestant 8 D – 1822

Holpijp 8 – 1725

Prestant 4 – 1725/1822

Viola di Gamba 4 – grotendeels 1822

Fluit 4 – 1725

Quint 3 – 1725

Octaaf 2 – 1725

Mixtuur III-IV – 1725/1991

Sexquialter II – 1725

Trompet 8 B/D – 1991

Pedaal CD-f

Aangehangen

Temperatuur: 1/6 komma middentoon

Toonhoogte: a1 = 468 Hz

Winddruk: 62 mm wk

Windvoorziening: twee spaanbalgen

gegevens met dank aan Timo Beek

© 2011 www.orgelnieuws.nl

© 2011 fotografie Timo Beek