RECENSIE Arvid Gast – Bach in Lübeck

Om maar direct met de deur in huis te vallen: dit is een fantastische cd. Bij de ferme opening van de C-dur BWV 531 hoor je al meteen dat het goed zit. Zowel componist, instrument als vertolker komen overrompelend binnen. Je vergeet even dat dit het kleine orgel is wat hier groots de huiskamer binnenkomt.

Arvid Gast, inmiddels als weer ruim 15 jaar de titularis van de Sankt Jakobikirche in Lübeck, heeft het goede plan opgevat om vanaf zijn beide orgelbanken een Bachconcert op schijf vast te leggen. Iedere rechtgeaarde orgelliefhebber weet dat de Jakobi een heel bijzonder instrument heeft dat de hoogtijdagen van de Noord-Duitse barok in optima forma vertegenwoordigt. 

Minder bekend is dat deze kerk ook nog een ander indrukwekkend groot instrument onder haar dak heeft. Het heeft sowieso is het een imposant front, maar ook daarachter gaat een boeiende geschiedenis van meer dan vijfhonderd jaar schuil. De laatste jaren zijn er goede pogingen gedaan om juist dat historische karakter weer meer naar voren te halen.

Maar even terug naar het kleine orgel (in werkelijkheid oogt het ook best wel klein). Hoewel dit instrument in één adem met de 17e-eeuwse orgelbouwer Friedrich Stellwagen wordt genoemd, gaat ook hier de geschiedenis terug naar de 15e eeuw. Het hoofdwerk stamt nog grotendeels uit die tijd. In 1637 (het geboortejaar van Buxtehude!) heeft Stellwagen het orgel uitgebreid met een borst-, rug- en pedaalwerk. Hierbij valt vooral de ruime pedaalbezetting op. 

Alle ingrediënten voor de zeventiende-eeuwse orgelmuziek zijn in dit instrument aanwezig. Een goed idee dus om hier ook werk van de vroege Bach op te nemen. Meestal klinken hier de voorvaderen van de leermeester of juist de twintigste-eeuwer Hugo Distler die zich voor zijn orgelwerken liet inspireren door juist dit instrument. Overigens zal Arvid Gast zich bewust tot de vroege Bach hebben beperkt. Door het korte octaaf zou hij met latere werken te veel aanpassingen moeten doen.

Het is een gevarieerd programma geworden. Naast de virtuoze hoekdelen en een aantal vroege koralen klinkt onder andere ook de innemende Canzona. Arvid Gast heeft een fantastische manier van spelen en registreren. Hij hanteert natuurlijke tempi en denkt vanuit duidelijke lijnen. Gast levert ontzettend mooi fijnzinnig vocaal spel, waarbij het goed te merken is dat hij zowel Bach als de beide instrumenten op zijn duimpje kent. 

Zijn registraties zijn helemaal niet zo opzienbarend, maar laten ons gewoon het mooiste van Stellwagen horen. En dat boeit! Neem bijvoorbeeld de Prinzipal 16 die in het paaskoraal Christ lag in Todesbanden een octaaf hoger een heel fraaie rol speelt. Dat geldt ook voor de diverse fluiten die zowel begeleidend als solistisch ontzettend gaaf klinken. Heel bijzonder is de Octav 8 van het hoofdwerk gekoppeld met de Regal van het borstwerk. Met gesloten borstwerkdeuren komt er een hele fraaie solist voor de dag. De Fuga gigue met een viervoets fluit klinkt heerlijk swingend. Gast kiest hierbij voor een vrij hoog tempo, maar met deze lichtvoetige registratie kan dat prima.

Aan het eind laat hij in de andere grote C-dur (BWV 566) nog eenmaal horen waar Bach zijn jonge inspiratie vandaan haalde. Hier klinkt in optima forma de stylus phantasticus zoals hij die in Lübeck en Hamburg had leren kennen. Arvid Gast buit hier de Noord-Duitse fantasie helemaal uit. Een waardig slot! 

Zonder iets af te willen doen aan de klankschoonheid van het grote orgel, je blijft het meest geboeid door de klank van het Stellwagen-orgel. Ondanks dat het vaak wordt aangeduid als koororgel of het kleine orgel blijkt ook nu weer dat het een grootse klank heeft. Het heeft een schitterend plenum, een flinke pedaalbezetting en vooral heel veel mooie individuele stemmen.

Arvid Gast – Bach in Lübeck

Stellwagen Orgel: Praeludium et Fuga in C BWV 531; Christ lag in Todesbanden BWV 718; Canzona in d-moll BWV 588; Ach Herr, mich armen Sünder BWV 742; Herr Gott, nun schleuß den Himmel auf BWV 1092; Herzlich lieb hab ich Dich, o Herr BWV 1115; Praeludium con Fuga in d BWV 549a; Fuga in G BWV 577; Christus, der uns selig macht BWV 747; Erbarm dich mein, o Herre Gott BWV 721; Toccata in E (versie in C) BWV 566
Grote orgel: Ein feste Burg ist unser Gott BWV 720; Fantasia in G BWV 571; Partita: Ach, was soll ich Sünder machen BWV 770

Arvid Gast, Stellwagen-orgel en grote orgel, St. Jakobi, Lübeck (D)

Querstand – VKJK 2007; TT 78’09, opname 04/2020, prijs € 18,00 | vkjk.de

Nu u hier toch bent ...

Al meer dan 15 jaar leest u op ORGELNIEUWS alle actualiteiten uit het (Nederlandse) orgelleven helemaal gratis. En dat willen we graag zo houden!

Een levendige orgelwereld vol activiteiten heeft dat mede mogelijk gemaakt. Noodgedwongen staat een groot deel daarvan nu op een laag pitje. Maar het nieuws gaat door, ook in deze tijd. 

Daarom is uw bijdrage, hoe groot of klein, nu nog belangrijker. Zo blijft u voor nu en de toekomst actueel en objectief betrokken op de orgelcultuur! Het is maar een kleine moeite. Dank u wel.